Naar de inhoud

namaken

imiteren van een reeds bestaand voorbeeld

namaken is meer dan één woord

namaken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. imiteren van een reeds bestaand voorbeeld

Vervoeging van namaken

namakenhele werkwoord — maakte naverleden tijd enkelvoud — maakten naverleden tijd meervoud — nagemaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik maak na maakte na
jij maakt na maakte na
hij, zij, het maakt na maakte na
wij maken na maakten na
jullie maken na maakten na
zij maken na maakten na
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben nagemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent nagemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is nagemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was nagemaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd nagemaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt nagemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal nagemaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal nagemaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou nagemaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou nagemaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had nagemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had nagemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had nagemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden nagemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden nagemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden nagemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt nagemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb nagemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben nagemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben nagemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt nagemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is nagemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is nagemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
maak na gebiedende wijs
maakte na verleden tijd
na te maken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
na te zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
na zal maken bijzin, toekomende tijd
na zou maken bijzin, voorwaardelijk
na zouden maken bijzin, voorwaardelijk
na zoudt maken bijzin, voorwaardelijk
na zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
na zullen maken bijzin, toekomende tijd
na zult maken bijzin, toekomende tijd
nagemaakt verleden tijd, deelwoord
nagemaakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagemaakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagemaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagemaakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagemaakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagemaakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagemaakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagemaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagemaakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagemaakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
namaak bijzin, tegenwoordige tijd
namaakt bijzin, tegenwoordige tijd
namaakte bijzin, verleden tijd
namaakten bijzin, verleden tijd
namakend onvoltooid, deelwoord
te hebben nagemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen namaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart nagemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nagemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren nagemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nagemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was nagemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was nagemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was nagemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd nagemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd nagemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd nagemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden nagemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden nagemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden nagemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt nagemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word nagemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden nagemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden nagemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden nagemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt nagemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt nagemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal nagemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal nagemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nagemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal nagemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal namaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal namaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal namaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal namaken bijzin, toekomende tijd
zijn nagemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn nagemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn nagemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt nagemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou nagemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nagemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou nagemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou namaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou namaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou namaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou namaken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) namaken na zou(dt) maken bijzin, voorwaardelijk
zouden nagemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nagemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nagemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden namaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden namaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden namaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden namaken bijzin, voorwaardelijk
zoudt nagemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nagemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nagemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt namaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt namaken bijzin, voorwaardelijk
zullen nagemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nagemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nagemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen namaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen namaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen namaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen namaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen namaken bijzin, toekomende tijd
zult nagemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord namaak

Herkomst

samenstelling van na bw en maken ww

Woordfamilie van namaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
maak na gebiedende wijs namaken
maakt na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon namaken
maakte na verleden tijd namaken
maakten na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon namaken
make na woordvorm namaken
maken na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon namaken
nagemaakt voltooid deelwoord namaken
namaakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd namaken
namaakte subordinate-clause, verleden tijd namaken
namaakten subordinate-clause, verleden tijd namaken
namake with-subordinate-clause namaken
namakend onvoltooid deelwoord namaken
namakende woordvorm namaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van namaken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over namaken

Wat is de betekenis van namaken?
Namaken is een werkwoord. De betekenis is: imiteren van een reeds bestaand voorbeeld.
Hoe vervoeg ik namaken?
Zo vervoeg je namaken zo: het voltooid deelwoord is nagemaakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord namaken is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. M 3
  4. A 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

namaken levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 91 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. M 3
  4. A 1
  5. K 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 zonder bonus
  9. 91 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

namaken telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

namaken in het kort

namaken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van namaken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort namaken bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

namaken: imiteren van een reeds bestaand voorbeeld
Deel namaken — standaardnederlands.nl