Naar de inhoud

nabootsen

nadoen, imiteren

nabootsen

werkwoord /'na.bo.tsə(n)/

Betekenis

  1. nadoen, imiteren

Hoe spreek je nabootsen uit?

/ˈnabotsən/

Nabootsen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈnabotsən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
n nek
a maan
b bak
o boot
t tak
s sok
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van nabootsen

nabootsenhele werkwoord — bootste naverleden tijd enkelvoud — bootsten naverleden tijd meervoud — nagebootstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik boots na bootste na
jij bootst na bootste na
hij, zij, het bootst na bootste na
wij bootsen na bootsten na
jullie bootsen na bootsten na
zij bootsen na bootsten na
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben nagebootst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent nagebootst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
boots na gebiedende wijs
bootste na verleden tijd
er is nagebootst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was nagebootst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd nagebootst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt nagebootst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal nagebootst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal nagebootst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou nagebootst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou nagebootst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had nagebootst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had nagebootst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had nagebootst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden nagebootst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden nagebootst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden nagebootst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt nagebootst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb nagebootst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagebootst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben nagebootst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nagebootst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben nagebootst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt nagebootst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagebootst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nagebootst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is nagebootst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is nagebootst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
na te bootsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
na te zullen bootsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
na zal bootsen bijzin, toekomende tijd
na zou bootsen bijzin, voorwaardelijk
na zouden bootsen bijzin, voorwaardelijk
na zoudt bootsen bijzin, voorwaardelijk
na zullen bootsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
na zullen bootsen bijzin, toekomende tijd
na zult bootsen bijzin, toekomende tijd
naboots bijzin, tegenwoordige tijd
nabootsend onvoltooid, deelwoord
nabootst bijzin, tegenwoordige tijd
nabootste bijzin, verleden tijd
nabootsten bijzin, verleden tijd
nagebootst verleden tijd, deelwoord
nagebootst te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagebootst te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nagebootst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagebootst te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagebootst te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nagebootst worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagebootst zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nagebootst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagebootst zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
nagebootst zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben nagebootst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen nabootsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart nagebootst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nagebootst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren nagebootst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nagebootst voltooid, verleden tijd, derde persoon
was nagebootst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was nagebootst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was nagebootst voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd nagebootst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd nagebootst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd nagebootst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden nagebootst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden nagebootst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden nagebootst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt nagebootst enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word nagebootst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden nagebootst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden nagebootst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden nagebootst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt nagebootst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt nagebootst enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal nabootsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal nabootsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal nabootsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal nabootsen bijzin, toekomende tijd
zal nagebootst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagebootst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal nagebootst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nagebootst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagebootst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal nagebootst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nagebootst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn nagebootst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn nagebootst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn nagebootst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt nagebootst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou nabootsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou nabootsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou nabootsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou nabootsen bijzin, voorwaardelijk
zou nagebootst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagebootst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagebootst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nagebootst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagebootst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou nagebootst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagebootst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nagebootst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nagebootst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) nabootsen na zou(dt) bootsen bijzin, voorwaardelijk
zouden nabootsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nabootsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nabootsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden nabootsen bijzin, voorwaardelijk
zouden nagebootst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagebootst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagebootst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagebootst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nagebootst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nagebootst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nagebootst zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nagebootst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nagebootst zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt nabootsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt nabootsen bijzin, voorwaardelijk
zoudt nagebootst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nagebootst worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nagebootst zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen nabootsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen nabootsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nabootsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nabootsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen nabootsen bijzin, toekomende tijd
zullen nagebootst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagebootst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagebootst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagebootst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nagebootst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nagebootst worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nagebootst zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nagebootst zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nagebootst zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult nabootsen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘nadoen’ voor het eerst aangetroffen in 1617

Woordfamilie van nabootsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
boots na gebiedende wijs nabootsen
bootse na woordvorm nabootsen
bootsen na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon nabootsen
bootst na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon nabootsen
bootste na verleden tijd nabootsen
bootsten na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon nabootsen
naboots subordinate-clause, tegenwoordige tijd nabootsen
nabootse with-subordinate-clause nabootsen
nabootsend onvoltooid deelwoord nabootsen
nabootsende woordvorm nabootsen
nabootst subordinate-clause, tegenwoordige tijd nabootsen
nabootste subordinate-clause, verleden tijd nabootsen
nabootsten subordinate-clause, verleden tijd nabootsen
nagebootst voltooid deelwoord nabootsen
nagebootste woordvorm nabootsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nabootsen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over nabootsen

Hoe spreek je nabootsen uit?
De uitspraak van nabootsen is: /'na.bo.tsə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent nabootsen?
Nabootsen is een werkwoord. Het woord betekent: nadoen, imiteren.
Hoe vervoeg je nabootsen?
Je vervoegt nabootsen als volgt: het voltooid deelwoord is nagebootst. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord nabootsen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. B 3
  4. O 1
  5. O 1
  6. T 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

nabootsen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. B 4
  4. O 1
  5. O 1
  6. T 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

nabootsen in het kort

nabootsen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van nabootsen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort nabootsen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

nabootsen: nadoen, imiteren
Deel nabootsen — standaardnederlands.nl