naleveren
werkwoordBetekenis
- nog wat leveren nadat de eigenlijke hoofdlevering gedaan is
Vervoeging van naleveren
naleverenhele werkwoord — leverde naverleden tijd enkelvoud — leverden naverleden tijd meervoud — nageleverdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lever na | leverde na |
| jij | levert na | leverde na |
| hij, zij, het | levert na | leverde na |
| wij | leveren na | leverden na |
| jullie | leveren na | leverden na |
| zij | leveren na | leverden na |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben nageleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent nageleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is nageleverd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was nageleverd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd nageleverd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt nageleverd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal nageleverd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal nageleverd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou nageleverd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou nageleverd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had nageleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had nageleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had nageleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden nageleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden nageleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden nageleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt nageleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb nageleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nageleverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben nageleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nageleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben nageleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt nageleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nageleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nageleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is nageleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is nageleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lever na | gebiedende wijs |
| leverde na | verleden tijd |
| na te leveren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| na te zullen leveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| na zal leveren | bijzin, toekomende tijd |
| na zou leveren | bijzin, voorwaardelijk |
| na zouden leveren | bijzin, voorwaardelijk |
| na zoudt leveren | bijzin, voorwaardelijk |
| na zullen leveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| na zullen leveren | bijzin, toekomende tijd |
| na zult leveren | bijzin, toekomende tijd |
| nageleverd | verleden tijd, deelwoord |
| nageleverd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| nageleverd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| nageleverd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nageleverd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nageleverd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nageleverd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| nageleverd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| nageleverd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| nageleverd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| nageleverd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| nalever | bijzin, tegenwoordige tijd |
| naleverde | bijzin, verleden tijd |
| naleverden | bijzin, verleden tijd |
| naleverend | onvoltooid, deelwoord |
| nalevert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| te hebben nageleverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen naleveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart nageleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren nageleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren nageleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren nageleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was nageleverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was nageleverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was nageleverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd nageleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd nageleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd nageleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden nageleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden nageleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden nageleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt nageleverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word nageleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden nageleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden nageleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden nageleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt nageleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt nageleverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal nageleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nageleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal nageleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal nageleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nageleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal nageleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nageleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal naleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal naleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal naleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal naleveren | bijzin, toekomende tijd |
| zijn nageleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn nageleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn nageleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt nageleverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou nageleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nageleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nageleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou nageleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nageleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou nageleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nageleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nageleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nageleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou naleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou naleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou naleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou naleveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) naleveren na zou(dt) leveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden nageleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden nageleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden nageleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nageleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nageleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nageleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nageleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden nageleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden nageleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden naleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden naleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden naleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden naleveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt nageleverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nageleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nageleverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt naleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt naleveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen nageleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen nageleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen nageleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nageleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nageleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nageleverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nageleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen nageleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen nageleverd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen naleveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen naleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen naleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen naleveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen naleveren | bijzin, toekomende tijd |
| zult nageleverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van na en leveren
Woordfamilie van naleveren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lever na | gebiedende wijs | naleveren |
| leverde na | verleden tijd | naleveren |
| leverden na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | naleveren |
| levere na | woordvorm | naleveren |
| leveren na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | naleveren |
| levert na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | naleveren |
| nageleverd | voltooid deelwoord | naleveren |
| nalever | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | naleveren |
| naleverde | subordinate-clause, verleden tijd | naleveren |
| naleverden | subordinate-clause, verleden tijd | naleveren |
| nalevere | with-subordinate-clause | naleveren |
| naleverend | onvoltooid deelwoord | naleveren |
| naleverende | woordvorm | naleveren |
| nalevert | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | naleveren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van naleveren zijn vastgelegd.