Naar de inhoud

naleven

zich houden aan een verplichting

naleven

werkwoord

Betekenis

  1. zich houden aan een verplichting

Vervoeging van naleven

nalevenhele werkwoord — leefde naverleden tijd enkelvoud — leefden naverleden tijd meervoud — nageleefdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik leef na leefde na
jij leeft na leefde na
hij, zij, het leeft na leefde na
wij leven na leefden na
jullie leven na leefden na
zij leven na leefden na
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben nageleefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent nageleefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is nageleefd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was nageleefd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd nageleefd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt nageleefd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal nageleefd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal nageleefd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou nageleefd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou nageleefd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had nageleefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had nageleefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had nageleefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden nageleefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden nageleefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden nageleefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt nageleefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb nageleefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nageleefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben nageleefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben nageleefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben nageleefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt nageleefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nageleefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft nageleefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is nageleefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is nageleefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
leef na gebiedende wijs
leefde na verleden tijd
na te leven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
na te zullen leven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
na zal leven bijzin, toekomende tijd
na zou leven bijzin, voorwaardelijk
na zouden leven bijzin, voorwaardelijk
na zoudt leven bijzin, voorwaardelijk
na zullen leven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
na zullen leven bijzin, toekomende tijd
na zult leven bijzin, toekomende tijd
nageleefd verleden tijd, deelwoord
nageleefd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nageleefd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
nageleefd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nageleefd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
nageleefd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
nageleefd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nageleefd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
nageleefd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
nageleefd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
nageleefd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
naleef bijzin, tegenwoordige tijd
naleefde bijzin, verleden tijd
naleefden bijzin, verleden tijd
naleeft bijzin, tegenwoordige tijd
nalevend onvoltooid, deelwoord
te hebben nageleefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen naleven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart nageleefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nageleefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren nageleefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren nageleefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was nageleefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was nageleefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was nageleefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd nageleefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd nageleefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd nageleefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden nageleefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden nageleefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden nageleefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt nageleefd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word nageleefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden nageleefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden nageleefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden nageleefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt nageleefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt nageleefd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal nageleefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nageleefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal nageleefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal nageleefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nageleefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal nageleefd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal nageleefd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal naleven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal naleven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal naleven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal naleven bijzin, toekomende tijd
zijn nageleefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn nageleefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn nageleefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt nageleefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou nageleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nageleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nageleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou nageleefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nageleefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou nageleefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nageleefd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou nageleefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou nageleefd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou naleven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou naleven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou naleven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou naleven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) naleven na zou(dt) leven bijzin, voorwaardelijk
zouden nageleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nageleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nageleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nageleefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden nageleefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden nageleefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden nageleefd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden nageleefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden nageleefd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden naleven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden naleven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden naleven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden naleven bijzin, voorwaardelijk
zoudt nageleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nageleefd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt nageleefd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt naleven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt naleven bijzin, voorwaardelijk
zullen nageleefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nageleefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nageleefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nageleefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen nageleefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen nageleefd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen nageleefd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen nageleefd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen nageleefd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen naleven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen naleven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen naleven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen naleven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen naleven bijzin, toekomende tijd
zult nageleefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van na bw en leven ww

Woordfamilie van naleven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
leef na gebiedende wijs naleven
leefde na verleden tijd naleven
leefden na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon naleven
leeft na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon naleven
leve na woordvorm naleven
leven na aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon naleven
nageleefd voltooid deelwoord naleven
nageleefde woordvorm naleven
naleef subordinate-clause, tegenwoordige tijd naleven
naleefde subordinate-clause, verleden tijd naleven
naleefden subordinate-clause, verleden tijd naleven
naleeft subordinate-clause, tegenwoordige tijd naleven
naleve with-subordinate-clause naleven
nalevend onvoltooid deelwoord naleven
nalevende woordvorm naleven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van naleven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over naleven

Wat betekent naleven?
Naleven is een werkwoord. Het woord betekent: zich houden aan een verplichting.
Hoe vervoeg je naleven?
Je vervoegt naleven als volgt: het voltooid deelwoord is nageleefd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord naleven is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

naleven levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. L 3
  4. E 1
  5. V 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

naleven telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

naleven in het kort

naleven staat in dit woordenboek als werkwoord. Van naleven zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort naleven bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

naleven: zich houden aan een verplichting
Deel naleven — standaardnederlands.nl