nalatenschap
zelfstandig naamwoordBetekenis
- wat door de erflater bij zijn overlijden wordt nagelaten
zelfstandig naamwoord
- het geheel aan bezittingen en schulden dat door de erflater bij zijn overlijden wordt overgedragen aan de erfgenamen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nalatenschapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| nalatenschapjes | verkleinwoord, meervoud |
| nalatenschappen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘erfenisboedel’ voor het eerst aangetroffen in 1683.
Woordfamilie van nalatenschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nalatenschapje | verkleinwoord | nalatenschap |
| nalatenschapjes | verkleinwoord meervoud | nalatenschap |
| nalatenschappen | meervoud | nalatenschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nalatenschap zijn vastgelegd.