nakomen
werkwoord ˈnakomə(n)Betekenis
- iets ~:aan een verplichting voldoen
Hoe spreek je nakomen uit?
/ˈnakomən/
Nakomen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| a | maan |
| k | kat |
| o | boot |
| m | maan |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- later dan anderen komen
Vervoeging van nakomen
nakomenhele werkwoord — kwam naverleden tijd enkelvoud — kwamen naverleden tijd meervoud — nagekomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kom na | kwam na |
| jij | komt na | kwaamt na |
| hij, zij, het | komt na | kwam na |
| wij | komen na | kwamen na |
| jullie | komen na | kwamen na |
| zij | komen na | kwamen na |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben nagekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent nagekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is nagekomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was nagekomen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd nagekomen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt nagekomen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal nagekomen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal nagekomen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou nagekomen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou nagekomen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had nagekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had nagekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had nagekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden nagekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden nagekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden nagekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt nagekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb nagekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nagekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben nagekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben nagekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben nagekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt nagekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nagekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft nagekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is nagekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is nagekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kom na | gebiedende wijs |
| kwam na | verleden tijd |
| na te komen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| na te zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| na zal komen | bijzin, toekomende tijd |
| na zou komen | bijzin, voorwaardelijk |
| na zouden komen | bijzin, voorwaardelijk |
| na zoudt komen | bijzin, voorwaardelijk |
| na zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| na zullen komen | bijzin, toekomende tijd |
| na zult komen | bijzin, toekomende tijd |
| nagekomen | verleden tijd, deelwoord |
| nagekomen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| nagekomen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| nagekomen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagekomen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagekomen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| nagekomen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| nagekomen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| nagekomen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| nagekomen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| nagekomen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| nakom | bijzin, tegenwoordige tijd |
| nakomend | onvoltooid, deelwoord |
| nakomt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| nakwaamt | bijzin, verleden tijd |
| nakwam | bijzin, verleden tijd |
| nakwamen | bijzin, verleden tijd |
| te hebben nagekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen nakomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart nagekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren nagekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren nagekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren nagekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was nagekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was nagekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was nagekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd nagekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd nagekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd nagekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden nagekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden nagekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden nagekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt nagekomen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word nagekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden nagekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden nagekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden nagekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt nagekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt nagekomen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal nagekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal nagekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal nagekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal nagekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal nagekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal nakomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal nakomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal nakomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal nakomen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn nagekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn nagekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn nagekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt nagekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou nagekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou nagekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou nagekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou nagekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou nagekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou nakomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou nakomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou nakomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou nakomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) nakomen na zou(dt) komen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden nagekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden nagekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden nagekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nagekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nagekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nagekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nagekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden nagekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden nagekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden nakomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden nakomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden nakomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden nakomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt nagekomen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nagekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nagekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt nakomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt nakomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen nagekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen nagekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen nagekomen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nagekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nagekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nagekomen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nagekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen nagekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen nagekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen nakomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen nakomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen nakomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen nakomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen nakomen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van na bw en komen ww
Woordfamilie van nakomen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kom na | gebiedende wijs | nakomen |
| kome na | woordvorm | nakomen |
| komen na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | nakomen |
| komt na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | nakomen |
| kwam na | verleden tijd | nakomen |
| kwamen na | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | nakomen |
| nagekomen | voltooid deelwoord | nakomen |
| nakom | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | nakomen |
| nakome | with-subordinate-clause | nakomen |
| nakomend | onvoltooid deelwoord | nakomen |
| nakomende | woordvorm | nakomen |
| nakomt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | nakomen |
| nakwam | subordinate-clause, verleden tijd | nakomen |
| nakwamen | subordinate-clause, verleden tijd | nakomen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nakomen zijn vastgelegd.