Naar de inhoud

naasten

veelal zonder compensatie in staatshanden overnemen

naasten is meer dan één woord

naasten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. veelal zonder compensatie in staatshanden overnemen

Vervoeging van naasten

naastenhele werkwoord — naastteverleden tijd enkelvoud — naasttenverleden tijd meervoud — genaastvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik naast naastte
jij naast naastte
hij, zij, het naast naastte
wij naasten naastten
jullie naasten naastten
zij naasten naastten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben genaast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent genaast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is genaast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was genaast impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd genaast impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt genaast impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal genaast worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal genaast zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou genaast worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou genaast zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
genaast verleden tijd, deelwoord
genaast te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
genaast te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
genaast te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
genaast te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
genaast te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
genaast worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
genaast zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
genaast zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
genaast zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
genaast zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had genaast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had genaast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had genaast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden genaast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden genaast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden genaast voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt genaast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb genaast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben genaast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben genaast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben genaast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben genaast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt genaast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft genaast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft genaast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is genaast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is genaast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
naast gebiedende wijs
naaste aanvoegende wijs
naastend onvoltooid, deelwoord
naastte verleden tijd
te hebben genaast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te naasten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen naasten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart genaast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren genaast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren genaast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren genaast voltooid, verleden tijd, derde persoon
was genaast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was genaast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was genaast voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd genaast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd genaast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd genaast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden genaast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden genaast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden genaast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt genaast enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word genaast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden genaast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden genaast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden genaast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt genaast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt genaast enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal genaast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genaast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal genaast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal genaast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genaast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal genaast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal genaast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal naasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal naasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal naasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn genaast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn genaast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn genaast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt genaast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou genaast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genaast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genaast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou genaast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genaast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou genaast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genaast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou genaast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou genaast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou naasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou naasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou naasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden genaast hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden genaast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden genaast hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden genaast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden genaast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden genaast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden genaast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden genaast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden genaast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden naasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden naasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden naasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt genaast hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt genaast worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt genaast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt naasten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen genaast hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen genaast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen genaast hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen genaast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen genaast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen genaast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen genaast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen genaast zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen genaast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen naasten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen naasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen naasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen naasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult genaast hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult genaast worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult genaast zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult naasten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord naaste

Herkomst

In de betekenis van ‘in bezit nemen’ voor het eerst aangetroffen in 1351

Woordfamilie van naasten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
genaaste woordvorm naasten
naastend onvoltooid deelwoord naasten
naastende woordvorm naasten
naastte verleden tijd naasten
naastten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon naasten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van naasten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over naasten

Wat betekent naasten?
Naasten is een werkwoord. Het woord betekent: veelal zonder compensatie in staatshanden overnemen.
Hoe vervoeg je naasten?
Je vervoegt naasten als volgt: de tegenwoordige tijd is naast, de verleden tijd is naastte en het voltooid deelwoord is genaast. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord naasten is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. N 1
  2. A 1
  3. A 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

naasten levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 79 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. N 1
  2. A 1
  3. A 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 9 zonder bonus
  9. 79 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (S) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

naasten telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

naasten in het kort

naasten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van naasten zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort naasten bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

naasten: veelal zonder compensatie in staatshanden overnemen
Deel naasten — standaardnederlands.nl