naast
bijvoeglijk naamwoord, voorzetsel, bijwoord, werkwoord nastBetekenis
- dichtstbijzijnd
- meest vertrouwd
- meest verwant
- aan de zijkant van
- het doel missend
Hoe spreek je naast uit?
/nast/
Naast bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| a | maan |
| s | sok |
| t | tak |
Woordvorm
- onverbogen vorm van de overtreffende trap van na
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| naaste | verbogen, stellende trap |
| naasts | partitief, stellende trap |
bijwoord
- prepositioneel deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van naasten
- gebiedende wijs van naasten
Vervoeging van naast
naasthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘bijwoord van plaats’ voor het eerst aangetroffen in 1285
Woordfamilie van naast
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| naasts | partitive, positive | naast |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van naast zijn vastgelegd.