Naar de inhoud

musiceren

het ten gehore brengen van muziek door middel van een muziekinstrument of de stem

musiceren

werkwoord

Betekenis

  1. het ten gehore brengen van muziek door middel van een muziekinstrument of de stem

Vervoeging van musiceren

musicerenhele werkwoord — musiceerdeverleden tijd enkelvoud — musiceerdenverleden tijd meervoud — gemusiceerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik musiceer musiceerde
jij musiceert musiceerde
hij, zij, het musiceert musiceerde
wij musiceren musiceerden
jullie musiceren musiceerden
zij musiceren musiceerden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gemusiceerd verleden tijd, deelwoord
gemusiceerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemusiceerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemusiceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemusiceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemusiceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemusiceerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemusiceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemusiceerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemusiceerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemusiceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemusiceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemusiceerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemusiceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemusiceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemusiceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemusiceerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemusiceerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
musiceer gebiedende wijs
musiceerde verleden tijd
musicere aanvoegende wijs
musicerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gemusiceerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te musiceren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen musiceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gemusiceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemusiceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemusiceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal musiceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal musiceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal musiceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gemusiceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemusiceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemusiceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou musiceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou musiceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou musiceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemusiceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemusiceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemusiceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden musiceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden musiceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden musiceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemusiceerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt musiceren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemusiceerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemusiceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemusiceerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen musiceren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen musiceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen musiceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen musiceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemusiceerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult musiceren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘muziek maken’ voor het eerst aangetroffen in 1644

Woordfamilie van musiceren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemusiceerd voltooid deelwoord musiceren
musiceer gebiedende wijs musiceren
musiceerde verleden tijd musiceren
musiceerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon musiceren
musiceert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon musiceren
musicere aanvoegende wijs musiceren
musicerend onvoltooid deelwoord musiceren
musicerende woordvorm musiceren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van musiceren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over musiceren

Wat betekent musiceren?
Musiceren is een werkwoord. Het woord betekent: het ten gehore brengen van muziek door middel van een muziekinstrument of de stem.
Hoe vervoeg je musiceren?
Je vervoegt musiceren als volgt: de tegenwoordige tijd is musiceer, de verleden tijd is musiceerde en het voltooid deelwoord is gemusiceerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord musiceren is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. U 4
  3. S 2
  4. I 1
  5. C 5
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

musiceren levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. U 2
  3. S 2
  4. I 2
  5. C 5
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

musiceren in het kort

musiceren staat in dit woordenboek als werkwoord. Van musiceren zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort musiceren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

musiceren: het ten gehore brengen van muziek door middel van een muziekinstrument of de stem
Deel musiceren — standaardnederlands.nl