musical
zelfstandig naamwoord ˈmjuzəkəlBetekenis
- toneelstuk of film waarin wordt gedanst en een deel van de tekst gezongen wordt
Hoe spreek je musical uit?
/ˈmjuzəkəl/
Musical bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| j | ja |
| u | boek |
| z | zon |
| ə | de |
| k | kat |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- toneelstuk of film waarin door de acteurs voornamelijk wordt gedanst terwijl ook de tekst grotendeels of helemaal gezongen wordt; feitelijk een modernere vorm van de opera, met extra hulpmiddelen zoals microfoons
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| musicalletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| musicalletjes | verkleinwoord, meervoud |
| musicals | meervoud |
| musicaltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| musicaltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘zangspel’ voor het eerst aangetroffen in 1961
Woordfamilie van musical
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| musicalletje | verkleinwoord | musical |
| musicalletjes | verkleinwoord meervoud | musical |
| musicals | meervoud | musical |
| musicaltje | verkleinwoord | musical |
| musicaltjes | verkleinwoord meervoud | musical |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van musical zijn vastgelegd.