specie
zelfstandig naamwoordBetekenis
- mengsel waarmee wordt gewerkt (bij het metselen, stukadoren, pleisteren etc.)
zelfstandig naamwoord
- opgebaggerd materiaal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| species | meervoud |
| specietje | verkleinwoord, enkelvoud |
| specietjes | verkleinwoord, meervoud |
| speciën | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘muntgeld’ voor het eerst aangetroffen in 1621
Woordfamilie van specie
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| specietje | verkleinwoord | specie |
| specietjes | verkleinwoord meervoud | specie |
| speciën | meervoud | specie |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van specie zijn vastgelegd.