Naar de inhoud

misten

het heersen van slecht zicht door de aanwezigheid van laaghangende bewolking

misten is meer dan één woord

misten

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. het heersen van slecht zicht door de aanwezigheid van laaghangende bewolking

Vervoeging van misten

mistenhele werkwoord — mistteverleden tijd enkelvoud — misttenverleden tijd meervoud — gemistvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik mist mistte
jij mist mistte
hij, zij, het mist mistte
wij misten mistten
jullie misten mistten
zij misten mistten
Alle 58 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gemist verleden tijd, deelwoord
gemist te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemist zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemist verleden tijd, deelwoord
hebben gemist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mist gebiedende wijs
mist tegenwoordige tijd
miste aanvoegende wijs
mistend onvoltooid, deelwoord
mistte verleden tijd
te hebben gemist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te misten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen misten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gemist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal misten toekomende tijd
zal misten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal misten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal misten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou misten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou misten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou misten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden misten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden misten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden misten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt misten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen misten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen misten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen misten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen misten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult misten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van missen

Vervoeging van misten

mistenhele werkwoord — mistteverleden tijd enkelvoud — misttenverleden tijd meervoud — gemistvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik mist mistte
jij mist mistte
hij, zij, het mist mistte
wij misten mistten
jullie misten mistten
zij misten mistten
Alle 58 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gemist verleden tijd, deelwoord
gemist te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemist zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemist voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemist voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemist voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemist verleden tijd, deelwoord
hebben gemist voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemist voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemist voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mist gebiedende wijs
mist tegenwoordige tijd
miste aanvoegende wijs
mistend onvoltooid, deelwoord
mistte verleden tijd
te hebben gemist actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te misten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen misten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gemist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal misten toekomende tijd
zal misten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal misten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal misten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou misten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou misten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou misten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden misten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden misten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden misten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemist hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt misten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemist hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemist hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen misten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen misten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen misten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen misten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemist hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult misten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord mist

Woordfamilie van misten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
mistend onvoltooid deelwoord misten
mistende woordvorm misten
mistte verleden tijd misten
mistten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon misten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van misten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over misten

Wat betekent misten?
Misten is een werkwoord. Het woord betekent: het heersen van slecht zicht door de aanwezigheid van laaghangende bewolking.
Hoe vervoeg je misten?
Je vervoegt misten als volgt: de tegenwoordige tijd is mist, de verleden tijd is mistte en het voltooid deelwoord is gemist. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord misten is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. I 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

misten levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. I 2
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

misten telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

misten in het kort

misten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van misten zijn 31 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort misten bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

misten: het heersen van slecht zicht door de aanwezigheid van laaghangende bewolking
Deel misten — standaardnederlands.nl