misdoen
werkwoordBetekenis
- een slechte daad plegen
Vervoeging van misdoen
misdoenhele werkwoord — misdeedverleden tijd enkelvoud — misdedenverleden tijd meervoud — misdaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | misdoe | misdeed |
| jij | misdoet | misdeed |
| hij, zij, het | misdoet | misdeed |
| wij | misdoen | misdeden |
| jullie | misdoen | misdeden |
| zij | misdoen | misdeden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is misdaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was misdaan | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd misdaan | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt misdaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal misdaan worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal misdaan zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou misdaan worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou misdaan zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had misdaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had misdaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had misdaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden misdaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden misdaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden misdaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt misdaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb misdaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misdaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben misdaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misdaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben misdaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt misdaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misdaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misdaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| misdaan | verleden tijd, deelwoord |
| misdaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misdaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misdeed | verleden tijd |
| misdoe | gebiedende wijs |
| misdoe | aanvoegende wijs |
| misdoend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben misdaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te misdoen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen misdoen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal misdaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal misdaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal misdaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal misdoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal misdoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal misdoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou misdaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou misdaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou misdaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou misdoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou misdoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou misdoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden misdaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden misdaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden misdaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden misdoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden misdoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden misdoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt misdaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt misdoen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen misdaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen misdaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen misdaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen misdoen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen misdoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen misdoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen misdoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult misdaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult misdoen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van mis en doen
Woordfamilie van misdoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| misdaan | voltooid deelwoord | misdoen |
| misdane | woordvorm | misdoen |
| misdeden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | misdoen |
| misdeed | verleden tijd | misdoen |
| misdoe | gebiedende wijs | misdoen |
| misdoend | onvoltooid deelwoord | misdoen |
| misdoende | woordvorm | misdoen |
| misdoet | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | misdoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van misdoen zijn vastgelegd.