Naar de inhoud

mesten

bemesten, gieren

mesten

werkwoord

Betekenis

  1. bemesten, gieren
  2. uitmesten
  3. vetmesten

werkwoord

  1. van mest voorzien, bemesten, gieren transitive
  2. mest verwijderen uit, uitmesten transitive
  3. vet laten worden door overdadig voedsel te geven, vetmesten transitive

Vervoeging van mesten

mestenhele werkwoord — mestteverleden tijd enkelvoud — mesttenverleden tijd meervoud — gemestvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik mest mestte
jij mest mestte
hij, zij, het mest mestte
wij mesten mestten
jullie mesten mestten
zij mesten mestten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gemest impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gemest impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gemest impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gemest impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gemest worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gemest zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gemest worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gemest zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gemest verleden tijd, deelwoord
gemest te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemest zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemest voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemest voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemest voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemest voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemest voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemest voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemest actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemest voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemest voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemest voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemest voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mest gebiedende wijs
meste aanvoegende wijs
mestend onvoltooid, deelwoord
mestte verleden tijd
te hebben gemest actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te mesten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen mesten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gemest hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemest hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemest hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal mesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal mesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal mesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gemest hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemest hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemest hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou mesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou mesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou mesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemest hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemest hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemest hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden mesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden mesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden mesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemest hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt mesten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemest hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemest hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemest hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen mesten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen mesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen mesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen mesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemest hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult mesten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘vruchtbaar maken door bemesting’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van mesten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemest voltooid deelwoord mesten
gemeste woordvorm mesten
meste aanvoegende wijs mesten
mestend onvoltooid deelwoord mesten
mestende woordvorm mesten
mestte verleden tijd mesten
mestten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon mesten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mesten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over mesten

Wat betekent mesten?
Mesten is een werkwoord. Het woord betekent: bemesten, gieren. Deze pagina beschrijft 6 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je mesten?
Je vervoegt mesten als volgt: de tegenwoordige tijd is mest, de verleden tijd is mestte en het voltooid deelwoord is gemest. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord mesten is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

mesten levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

mesten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

mesten in het kort

mesten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 6 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van mesten zijn 39 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort mesten bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

mesten: bemesten, gieren
Deel mesten — standaardnederlands.nl