meesmuilen
werkwoordBetekenis
- smalend lachen, spotten
Vervoeging van meesmuilen
meesmuilenhele werkwoord — meesmuildeverleden tijd enkelvoud — meesmuildenverleden tijd meervoud — gemeesmuildvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | meesmuil | meesmuilde |
| jij | meesmuilt | meesmuilde |
| hij, zij, het | meesmuilt | meesmuilde |
| wij | meesmuilen | meesmuilden |
| jullie | meesmuilen | meesmuilden |
| zij | meesmuilen | meesmuilden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gemeesmuild | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gemeesmuild | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gemeesmuild | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gemeesmuild | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gemeesmuild worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gemeesmuild zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gemeesmuild worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gemeesmuild zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gemeesmuild | verleden tijd, deelwoord |
| gemeesmuild te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemeesmuild zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemeesmuild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemeesmuild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemeesmuild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemeesmuild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemeesmuild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemeesmuild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemeesmuild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemeesmuild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemeesmuild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemeesmuild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemeesmuild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemeesmuild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemeesmuild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemeesmuild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemeesmuild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| meesmuil | gebiedende wijs |
| meesmuilde | verleden tijd |
| meesmuile | aanvoegende wijs |
| meesmuilend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemeesmuild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te meesmuilen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen meesmuilen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gemeesmuild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemeesmuild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemeesmuild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal meesmuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal meesmuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal meesmuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gemeesmuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemeesmuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemeesmuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou meesmuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou meesmuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou meesmuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemeesmuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemeesmuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemeesmuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden meesmuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden meesmuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden meesmuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemeesmuild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt meesmuilen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemeesmuild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemeesmuild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemeesmuild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen meesmuilen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen meesmuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen meesmuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen meesmuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemeesmuild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult meesmuilen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Samenstelling van de stam van mezen (grijnzen) en muil.
Woordfamilie van meesmuilen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemeesmuild | voltooid deelwoord | meesmuilen |
| gemeesmuilde | woordvorm | meesmuilen |
| meesmuil | gebiedende wijs | meesmuilen |
| meesmuilde | verleden tijd | meesmuilen |
| meesmuilden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | meesmuilen |
| meesmuile | aanvoegende wijs | meesmuilen |
| meesmuilt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | meesmuilen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meesmuilen zijn vastgelegd.