Naar de inhoud

meepikken

ergens profijt van hebben bijv. door er iets bij te leren

meepikken

werkwoord

Betekenis

  1. ergens profijt van hebben bijv. door er iets bij te leren
  2. in één moeite door doen

Vervoeging van meepikken

meepikkenhele werkwoord — pikte meeverleden tijd enkelvoud — pikten meeverleden tijd meervoud — meegepiktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pik mee pikte mee
jij pikt mee pikte mee
hij, zij, het pikt mee pikte mee
wij pikken mee pikten mee
jullie pikken mee pikten mee
zij pikken mee pikten mee
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben meegepikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent meegepikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is meegepikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was meegepikt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd meegepikt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt meegepikt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal meegepikt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal meegepikt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou meegepikt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou meegepikt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had meegepikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had meegepikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had meegepikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden meegepikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden meegepikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden meegepikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt meegepikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb meegepikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegepikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben meegepikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegepikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben meegepikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt meegepikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegepikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegepikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is meegepikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is meegepikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mee te pikken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
mee te zullen pikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
mee zal pikken bijzin, toekomende tijd
mee zou pikken bijzin, voorwaardelijk
mee zouden pikken bijzin, voorwaardelijk
mee zoudt pikken bijzin, voorwaardelijk
mee zullen pikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
mee zullen pikken bijzin, toekomende tijd
mee zult pikken bijzin, toekomende tijd
meegepikt verleden tijd, deelwoord
meegepikt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
meegepikt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
meegepikt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegepikt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegepikt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegepikt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
meegepikt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
meegepikt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
meegepikt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
meegepikt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
meepik bijzin, tegenwoordige tijd
meepikkend onvoltooid, deelwoord
meepikt bijzin, tegenwoordige tijd
meepikte bijzin, verleden tijd
meepikten bijzin, verleden tijd
pik mee gebiedende wijs
pikte mee verleden tijd
te hebben meegepikt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen meepikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart meegepikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren meegepikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren meegepikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren meegepikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was meegepikt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was meegepikt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was meegepikt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd meegepikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd meegepikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd meegepikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden meegepikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden meegepikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden meegepikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt meegepikt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word meegepikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden meegepikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden meegepikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden meegepikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt meegepikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt meegepikt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal meegepikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegepikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal meegepikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal meegepikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegepikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal meegepikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegepikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal meepikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal meepikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal meepikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal meepikken bijzin, toekomende tijd
zijn meegepikt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn meegepikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn meegepikt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt meegepikt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou meegepikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegepikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegepikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou meegepikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegepikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou meegepikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegepikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegepikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegepikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou meepikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou meepikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou meepikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou meepikken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) meepikken mee zou(dt) pikken bijzin, voorwaardelijk
zouden meegepikt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden meegepikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden meegepikt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden meegepikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden meegepikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden meegepikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden meegepikt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden meegepikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden meegepikt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden meepikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden meepikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden meepikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden meepikken bijzin, voorwaardelijk
zoudt meegepikt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt meegepikt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt meegepikt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt meepikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt meepikken bijzin, voorwaardelijk
zullen meegepikt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen meegepikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen meegepikt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen meegepikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen meegepikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen meegepikt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen meegepikt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen meegepikt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen meegepikt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen meepikken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen meepikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen meepikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen meepikken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen meepikken bijzin, toekomende tijd
zult meegepikt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van mee en pikken

Woordfamilie van meepikken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
meegepikt voltooid deelwoord meepikken
meegepikte woordvorm meepikken
meepik subordinate-clause, tegenwoordige tijd meepikken
meepikke with-subordinate-clause meepikken
meepikkend onvoltooid deelwoord meepikken
meepikkende woordvorm meepikken
meepikt subordinate-clause, tegenwoordige tijd meepikken
meepikte subordinate-clause, verleden tijd meepikken
meepikten subordinate-clause, verleden tijd meepikken
pik mee gebiedende wijs meepikken
pikke mee woordvorm meepikken
pikken mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon meepikken
pikt mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon meepikken
pikte mee verleden tijd meepikken
pikten mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon meepikken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meepikken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over meepikken

Wat is de betekenis van meepikken?
Meepikken is een werkwoord. De betekenis is: ergens profijt van hebben bijv. door er iets bij te leren. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik meepikken?
Zo vervoeg je meepikken zo: het voltooid deelwoord is meegepikt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord meepikken is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. P 3
  5. I 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

meepikken levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. P 4
  5. I 2
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

meepikken in het kort

meepikken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van meepikken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort meepikken bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

meepikken: ergens profijt van hebben bijv. door er iets bij te leren
Deel meepikken — standaardnederlands.nl