Naar de inhoud

meebidden

~ met deelnemen aan een gebed

meebidden

werkwoord

Betekenis

  1. ~ met deelnemen aan een gebed
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van meebidden

meebiddenhele werkwoord — bad meeverleden tijd enkelvoud — baden meeverleden tijd meervoud — meegebedenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bid mee bad mee
jij bidt mee bad mee
hij, zij, het bidt mee bad mee
wij bidden mee baden mee
jullie bidden mee baden mee
zij bidden mee baden mee
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bad mee verleden tijd
bid mee gebiedende wijs
er is meegebeden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was meegebeden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd meegebeden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt meegebeden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal meegebeden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal meegebeden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou meegebeden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou meegebeden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had meegebeden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had meegebeden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had meegebeden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden meegebeden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden meegebeden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden meegebeden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt meegebeden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb meegebeden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegebeden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben meegebeden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegebeden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben meegebeden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt meegebeden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegebeden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegebeden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mee te bidden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
mee te zullen bidden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
mee zal bidden bijzin, toekomende tijd
mee zou bidden bijzin, voorwaardelijk
mee zouden bidden bijzin, voorwaardelijk
mee zoudt bidden bijzin, voorwaardelijk
mee zullen bidden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
mee zullen bidden bijzin, toekomende tijd
mee zult bidden bijzin, toekomende tijd
meebad bijzin, verleden tijd
meebaden bijzin, verleden tijd
meebadt bijzin, verleden tijd
meebid bijzin, tegenwoordige tijd
meebiddend onvoltooid, deelwoord
meebidt bijzin, tegenwoordige tijd
meegebeden verleden tijd, deelwoord
meegebeden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegebeden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te hebben meegebeden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen meebidden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal meebidden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal meebidden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal meebidden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal meebidden bijzin, toekomende tijd
zal meegebeden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegebeden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal meegebeden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou meebidden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou meebidden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou meebidden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou meebidden bijzin, voorwaardelijk
zou meegebeden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegebeden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegebeden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) meebidden mee zou(dt) bidden bijzin, voorwaardelijk
zouden meebidden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden meebidden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden meebidden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden meebidden bijzin, voorwaardelijk
zouden meegebeden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden meegebeden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden meegebeden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt meebidden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt meebidden bijzin, voorwaardelijk
zoudt meegebeden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen meebidden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen meebidden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen meebidden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen meebidden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen meebidden bijzin, toekomende tijd
zullen meegebeden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen meegebeden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen meegebeden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult meebidden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult meebidden bijzin, toekomende tijd
zult meegebeden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal meebidden mee zult/zal bidden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van mee bw en bidden ww

Woordfamilie van meebidden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bad mee verleden tijd meebidden
baden mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon meebidden
bid mee gebiedende wijs meebidden
bidde mee woordvorm meebidden
bidden mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon meebidden
bidt mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon meebidden
meebad subordinate-clause, verleden tijd meebidden
meebaden subordinate-clause, verleden tijd meebidden
meebid subordinate-clause, tegenwoordige tijd meebidden
meebidde with-subordinate-clause meebidden
meebiddend onvoltooid deelwoord meebidden
meebiddende woordvorm meebidden
meebidt subordinate-clause, tegenwoordige tijd meebidden
meegebeden voltooid deelwoord meebidden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meebidden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over meebidden

Wat is de betekenis van meebidden?
Meebidden is een werkwoord. De betekenis is: ~ met deelnemen aan een gebed. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik meebidden?
Zo vervoeg je meebidden zo: het voltooid deelwoord is meegebeden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord meebidden is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. B 3
  5. I 1
  6. D 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

meebidden levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. B 4
  5. I 2
  6. D 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

meebidden in het kort

meebidden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van meebidden staan er 55 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort meebidden bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

meebidden: ~ met deelnemen aan een gebed
Deel meebidden — standaardnederlands.nl