Naar de inhoud

mee-eten

deelnemen aan een maaltijd

mee-eten

werkwoord ˈmeʔetə(n)

Betekenis

  1. deelnemen aan een maaltijd

Hoe spreek je mee-eten uit?

/ˈmeetən/

Mee-eten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈmeetən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
e veel
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van mee-eten

mee-etenhele werkwoord — at meeverleden tijd enkelvoud — aten meeverleden tijd meervoud — meegegetenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik eet mee at mee
jij eet mee aat mee
hij, zij, het eet mee at mee
wij eten mee aten mee
jullie eten mee aten mee
zij eten mee aten mee
Alle 83 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
at mee verleden tijd
eet mee gebiedende wijs
er is meegegeten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was meegegeten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd meegegeten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt meegegeten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal meegegeten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal meegegeten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou meegegeten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou meegegeten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had meegegeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had meegegeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had meegegeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden meegegeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden meegegeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden meegegeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt meegegeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb meegegeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegegeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben meegegeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben meegegeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben meegegeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt meegegeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegegeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft meegegeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mee te eten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
mee te zullen eten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
mee zal eten bijzin, toekomende tijd
mee zou eten bijzin, voorwaardelijk
mee zouden eten bijzin, voorwaardelijk
mee zoudt eten bijzin, voorwaardelijk
mee zullen eten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
mee zullen eten bijzin, toekomende tijd
mee zult eten bijzin, toekomende tijd
mee-eet bijzin, tegenwoordige tijd
mee-etend onvoltooid, deelwoord
meeaat bijzin, verleden tijd
meeat bijzin, verleden tijd
meeaten bijzin, verleden tijd
meegegeten verleden tijd, deelwoord
meegegeten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
meegegeten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
meeëten
te hebben meegegeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen mee-eten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal mee-eten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal mee-eten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal mee-eten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal mee-eten bijzin, toekomende tijd
zal meegegeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal meegegeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal meegegeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou mee-eten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou mee-eten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou mee-eten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou mee-eten bijzin, voorwaardelijk
zou meegegeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou meegegeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou meegegeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) mee-eten mee zou(dt) eten bijzin, voorwaardelijk
zouden mee-eten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden mee-eten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden mee-eten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden mee-eten bijzin, voorwaardelijk
zouden meegegeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden meegegeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden meegegeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt mee-eten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt mee-eten bijzin, voorwaardelijk
zoudt meegegeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen mee-eten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen mee-eten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen mee-eten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen mee-eten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen mee-eten bijzin, toekomende tijd
zullen meegegeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen meegegeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen meegegeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult mee-eten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult mee-eten bijzin, toekomende tijd
zult meegegeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal mee-eten mee zult/zal eten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van mee bw en eten ww , geschreven met een koppelteken volgens spellingregel 7.A

Woordfamilie van mee-eten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
at mee verleden tijd mee-eten
aten mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon mee-eten
eet mee gebiedende wijs mee-eten
ete mee woordvorm mee-eten
eten mee aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon mee-eten
mee-at with-subordinate-clause mee-eten
mee-aten with-subordinate-clause mee-eten
mee-eet subordinate-clause, tegenwoordige tijd mee-eten
mee-ete with-subordinate-clause mee-eten
mee-etend onvoltooid deelwoord mee-eten
mee-etende woordvorm mee-eten
meeat subordinate-clause, verleden tijd mee-eten
meeaten subordinate-clause, verleden tijd mee-eten
meegegeten voltooid deelwoord mee-eten
meeëten woordvorm mee-eten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mee-eten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over mee-eten

Hoe spreek je mee-eten uit?
De uitspraak van mee-eten is: /ˈmeʔetə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent mee-eten?
Mee-eten is een werkwoord. Het woord betekent: deelnemen aan een maaltijd.
Hoe vervoeg je mee-eten?
Je vervoegt mee-eten als volgt: het voltooid deelwoord is meegegeten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

mee-eten is geen Scrabblewoord: het bestaat niet uitsluitend uit letters die je met tegels kunt leggen.

Wordfeud punten

Naar spel

mee-eten is met Wordfeud niet te leggen: het bestaat niet uitsluitend uit letters waarvoor stenen bestaan.

mee-eten in het kort

mee-eten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van mee-eten zijn 54 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort mee-eten bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

mee-eten: deelnemen aan een maaltijd
Deel mee-eten — standaardnederlands.nl