mee-eter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een puistje, gewoonlijk in het gelaat ontstaan door verstopping van een haarzakje
- iemand die mee-eet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mee-eters | meervoud |
| mee-etertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| mee-etertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘verstopt talgkliertje’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van mee-eter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mee-eters | meervoud | mee-eter |
| mee-etertje | verkleinwoord | mee-eter |
| mee-etertjes | verkleinwoord meervoud | mee-eter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mee-eter zijn vastgelegd.