Naar de inhoud

mededingen

samen met anderen naar iets dingen

mededingen

werkwoord

Betekenis

  1. samen met anderen naar iets dingen

Vervoeging van mededingen

mededingenhele werkwoord — dong medeverleden tijd enkelvoud — dongen medeverleden tijd meervoud — medegedongenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ding mede dong mede
jij dingt mede dong mede
hij, zij, het dingt mede dong mede
wij dingen mede dongen mede
jullie dingen mede dongen mede
zij dingen mede dongen mede
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ding mede gebiedende wijs
dong mede verleden tijd
ev. gebiedende wijs
had medegedongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had medegedongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had medegedongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden medegedongen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden medegedongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden medegedongen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt medegedongen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb medegedongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben medegedongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben medegedongen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben medegedongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben medegedongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt medegedongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft medegedongen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft medegedongen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mede te dingen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
mede te zullen dingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
mede zal dingen bijzin, toekomende tijd
mede zou dingen bijzin, voorwaardelijk
mede zouden dingen bijzin, voorwaardelijk
mede zoudt dingen bijzin, voorwaardelijk
mede zullen dingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
mede zullen dingen bijzin, toekomende tijd
mede zult dingen bijzin, toekomende tijd
mededing bijzin, tegenwoordige tijd
mededingend onvoltooid, deelwoord
mededingt bijzin, tegenwoordige tijd
mededong bijzin, verleden tijd
mededongen bijzin, verleden tijd
medegedongen verleden tijd, deelwoord
medegedongen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
medegedongen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
meedingen
te hebben medegedongen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen mededingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal mededingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal mededingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal mededingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal mededingen bijzin, toekomende tijd
zal medegedongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal medegedongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal medegedongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou mededingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou mededingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou mededingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou mededingen bijzin, voorwaardelijk
zou medegedongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou medegedongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou medegedongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) mededingen mede zou(dt) dingen bijzin, voorwaardelijk
zouden mededingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden mededingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden mededingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden mededingen bijzin, voorwaardelijk
zouden medegedongen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden medegedongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden medegedongen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt mededingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt mededingen bijzin, voorwaardelijk
zoudt medegedongen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen mededingen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen mededingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen mededingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen mededingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen mededingen bijzin, toekomende tijd
zullen medegedongen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen medegedongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen medegedongen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult mededingen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult mededingen bijzin, toekomende tijd
zult medegedongen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal mededingen mede zult/zal dingen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

In de betekenis van ‘concurreren’ voor het eerst aangetroffen in 1836

Woordfamilie van mededingen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ding mede gebiedende wijs mededingen
dinge mede woordvorm mededingen
dingen mede aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon mededingen
dingt mede aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon mededingen
dong mede verleden tijd mededingen
dongen mede aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon mededingen
mededing subordinate-clause, tegenwoordige tijd mededingen
mededinge with-subordinate-clause mededingen
mededingend onvoltooid deelwoord mededingen
mededingende woordvorm mededingen
mededingt subordinate-clause, tegenwoordige tijd mededingen
mededong subordinate-clause, verleden tijd mededingen
mededongen subordinate-clause, verleden tijd mededingen
medegedongen voltooid deelwoord mededingen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mededingen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over mededingen

Wat betekent mededingen?
Mededingen is een werkwoord. Het woord betekent: samen met anderen naar iets dingen.
Hoe vervoeg je mededingen?
Je vervoegt mededingen als volgt: het voltooid deelwoord is medegedongen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord mededingen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. E 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. D 2
  6. I 1
  7. N 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

mededingen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. E 1
  3. D 2
  4. E 1
  5. D 2
  6. I 2
  7. N 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

mededingen in het kort

mededingen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van mededingen zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort mededingen bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

mededingen: samen met anderen naar iets dingen
Deel mededingen — standaardnederlands.nl