Naar de inhoud

meanderen

bochtig door het landschap kronkelen

meanderen

werkwoord

Betekenis

  1. bochtig door het landschap kronkelen
  2. in zijn oorspronkelijke kronkelende loop herstellen
  3. overdrachtelijk langs een kronkelende weg reizen
  4. kronkelend afwerken bij het naaien

Vervoeging van meanderen

meanderenhele werkwoord — meanderdeverleden tijd enkelvoud — meanderdenverleden tijd meervoud — gemeanderdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik meander meanderde
jij meandert meanderde
hij, zij, het meandert meanderde
wij meanderen meanderden
jullie meanderen meanderden
zij meanderen meanderden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gemeanderd verleden tijd, deelwoord
gemeanderd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemeanderd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemeanderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemeanderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemeanderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemeanderd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemeanderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemeanderd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemeanderd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemeanderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemeanderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemeanderd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemeanderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemeanderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemeanderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemeanderd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemeanderd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
meander gebiedende wijs
meanderde verleden tijd
meandere aanvoegende wijs
meanderend onvoltooid, deelwoord
te hebben gemeanderd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te meanderen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen meanderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gemeanderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemeanderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemeanderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal meanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal meanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal meanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gemeanderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemeanderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemeanderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou meanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou meanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou meanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemeanderd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemeanderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemeanderd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden meanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden meanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden meanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemeanderd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt meanderen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemeanderd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemeanderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemeanderd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen meanderen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen meanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen meanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen meanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemeanderd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult meanderen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van meanderen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemeanderd voltooid deelwoord meanderen
gemeanderde woordvorm meanderen
meanderde verleden tijd meanderen
meanderden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon meanderen
meandere aanvoegende wijs meanderen
meanderend onvoltooid deelwoord meanderen
meanderende woordvorm meanderen
meandert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon meanderen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meanderen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over meanderen

Wat betekent meanderen?
Meanderen is een werkwoord. Het woord betekent: bochtig door het landschap kronkelen. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je meanderen?
Je vervoegt meanderen als volgt: de tegenwoordige tijd is meander, de verleden tijd is meanderde en het voltooid deelwoord is gemeanderd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord meanderen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. E 1
  3. A 1
  4. N 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

meanderen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. E 1
  3. A 1
  4. N 1
  5. D 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 zonder bonus
  11. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

meanderen in het kort

meanderen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van meanderen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort meanderen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

meanderen: bochtig door het landschap kronkelen
Deel meanderen — standaardnederlands.nl