Naar de inhoud

massificeren

worden tot een massa

massificeren

werkwoord

Betekenis

  1. worden tot een massa
  2. maken tot een massa

Vervoeging van massificeren

massificerenhele werkwoord — massificeerdeverleden tijd enkelvoud — massificeerdenverleden tijd meervoud — gemassificeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik massificeer massificeerde
jij massificeert massificeerde
hij, zij, het massificeert massificeerde
wij massificeren massificeerden
jullie massificeren massificeerden
zij massificeren massificeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gemassificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gemassificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gemassificeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gemassificeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gemassificeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gemassificeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gemassificeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gemassificeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gemassificeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gemassificeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gemassificeerd verleden tijd, deelwoord
gemassificeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemassificeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gemassificeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemassificeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemassificeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gemassificeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemassificeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gemassificeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemassificeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gemassificeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gemassificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gemassificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gemassificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gemassificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gemassificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gemassificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gemassificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gemassificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemassificeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gemassificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gemassificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gemassificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gemassificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemassificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gemassificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gemassificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gemassificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
massificeer gebiedende wijs
massificeerde verleden tijd
massificere aanvoegende wijs
massificerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gemassificeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te massificeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen massificeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gemassificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemassificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gemassificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gemassificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gemassificeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gemassificeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gemassificeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gemassificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gemassificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gemassificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gemassificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gemassificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gemassificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gemassificeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gemassificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gemassificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gemassificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gemassificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gemassificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gemassificeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gemassificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemassificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gemassificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gemassificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemassificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gemassificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gemassificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal massificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal massificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal massificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gemassificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gemassificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gemassificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gemassificeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gemassificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemassificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemassificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gemassificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemassificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gemassificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemassificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gemassificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gemassificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou massificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou massificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou massificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gemassificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemassificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemassificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemassificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gemassificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gemassificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gemassificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gemassificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gemassificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden massificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden massificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden massificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gemassificeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemassificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gemassificeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt massificeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gemassificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemassificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemassificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemassificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gemassificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gemassificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gemassificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gemassificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gemassificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen massificeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen massificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen massificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen massificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gemassificeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemassificeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gemassificeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult massificeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘tot een massa maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1962

Woordfamilie van massificeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gemassificeerd voltooid deelwoord massificeren
gemassificeerde woordvorm massificeren
massificeer gebiedende wijs massificeren
massificeerde verleden tijd massificeren
massificeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon massificeren
massificeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon massificeren
massificere aanvoegende wijs massificeren
massificerend onvoltooid deelwoord massificeren
massificerende woordvorm massificeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van massificeren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over massificeren

Wat betekent massificeren?
Massificeren is een werkwoord. Het woord betekent: worden tot een massa. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je massificeren?
Je vervoegt massificeren als volgt: de tegenwoordige tijd is massificeer, de verleden tijd is massificeerde en het voltooid deelwoord is gemassificeerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord massificeren is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. A 1
  3. S 2
  4. S 2
  5. I 1
  6. F 4
  7. I 1
  8. C 5
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

massificeren levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. A 1
  3. S 2
  4. S 2
  5. I 2
  6. F 4
  7. I 2
  8. C 5
  9. E 1
  10. R 2
  11. E 1
  12. N 1
  13. 26 zonder bonus
  14. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

massificeren in het kort

massificeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van massificeren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort massificeren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

massificeren: worden tot een massa
Deel massificeren — standaardnederlands.nl