massificeren
werkwoordBetekenis
- worden tot een massa
- maken tot een massa
Vervoeging van massificeren
massificerenhele werkwoord — massificeerdeverleden tijd enkelvoud — massificeerdenverleden tijd meervoud — gemassificeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | massificeer | massificeerde |
| jij | massificeert | massificeerde |
| hij, zij, het | massificeert | massificeerde |
| wij | massificeren | massificeerden |
| jullie | massificeren | massificeerden |
| zij | massificeren | massificeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gemassificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gemassificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gemassificeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gemassificeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gemassificeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gemassificeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gemassificeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gemassificeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gemassificeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gemassificeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gemassificeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gemassificeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemassificeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemassificeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemassificeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemassificeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemassificeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemassificeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemassificeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemassificeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemassificeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemassificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemassificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemassificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemassificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemassificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemassificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemassificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemassificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemassificeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemassificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemassificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemassificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemassificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemassificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemassificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gemassificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gemassificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| massificeer | gebiedende wijs |
| massificeerde | verleden tijd |
| massificere | aanvoegende wijs |
| massificerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemassificeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te massificeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen massificeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gemassificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemassificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gemassificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemassificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gemassificeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gemassificeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gemassificeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gemassificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gemassificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gemassificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gemassificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gemassificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gemassificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gemassificeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gemassificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gemassificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gemassificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gemassificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gemassificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gemassificeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gemassificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemassificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemassificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gemassificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemassificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gemassificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemassificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal massificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal massificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal massificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gemassificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gemassificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gemassificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gemassificeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gemassificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemassificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemassificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gemassificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemassificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gemassificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemassificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemassificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemassificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou massificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou massificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou massificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemassificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemassificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemassificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemassificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gemassificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gemassificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemassificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemassificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemassificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden massificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden massificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden massificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemassificeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemassificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemassificeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt massificeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemassificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemassificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemassificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemassificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gemassificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gemassificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemassificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemassificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemassificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen massificeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen massificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen massificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen massificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemassificeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemassificeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemassificeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult massificeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘tot een massa maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1962
Woordfamilie van massificeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemassificeerd | voltooid deelwoord | massificeren |
| gemassificeerde | woordvorm | massificeren |
| massificeer | gebiedende wijs | massificeren |
| massificeerde | verleden tijd | massificeren |
| massificeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | massificeren |
| massificeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | massificeren |
| massificere | aanvoegende wijs | massificeren |
| massificerend | onvoltooid deelwoord | massificeren |
| massificerende | woordvorm | massificeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van massificeren zijn vastgelegd.