markeren
werkwoord /mɑr.kɪː.rə(n)/Betekenis
- het afbakenen van een grens
Hoe spreek je markeren uit?
/mɑrkɪrən/
Markeren bestaat uit drie lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| r | rood |
| k | kat |
| ɪ | pit |
| ə | de |
| n | nek |
Vervoeging van markeren
markerenhele werkwoord — markeerdeverleden tijd enkelvoud — markeerdenverleden tijd meervoud — gemarkeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | markeer | markeerde |
| jij | markeert | markeerde |
| hij, zij, het | markeert | markeerde |
| wij | markeren | markeerden |
| jullie | markeren | markeerden |
| zij | markeren | markeerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gemarkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gemarkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gemarkeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gemarkeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gemarkeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gemarkeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gemarkeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gemarkeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gemarkeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gemarkeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gemarkeerd | verleden tijd, deelwoord |
| gemarkeerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemarkeerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gemarkeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemarkeerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemarkeerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemarkeerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemarkeerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gemarkeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemarkeerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gemarkeerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemarkeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemarkeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemarkeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemarkeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemarkeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemarkeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemarkeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemarkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemarkeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemarkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemarkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemarkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemarkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemarkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemarkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gemarkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gemarkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| markeer | gebiedende wijs |
| markeerde | verleden tijd |
| markere | aanvoegende wijs |
| markerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemarkeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te markeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen markeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gemarkeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemarkeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gemarkeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gemarkeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gemarkeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gemarkeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gemarkeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gemarkeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gemarkeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gemarkeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gemarkeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gemarkeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gemarkeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gemarkeerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gemarkeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gemarkeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gemarkeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gemarkeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gemarkeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gemarkeerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gemarkeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemarkeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemarkeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gemarkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemarkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gemarkeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemarkeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal markeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal markeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal markeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gemarkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gemarkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gemarkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gemarkeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gemarkeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemarkeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemarkeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gemarkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemarkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gemarkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemarkeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemarkeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemarkeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou markeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou markeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou markeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemarkeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemarkeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemarkeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemarkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gemarkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gemarkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gemarkeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemarkeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemarkeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden markeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden markeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden markeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemarkeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemarkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gemarkeerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt markeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemarkeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemarkeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemarkeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemarkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gemarkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gemarkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gemarkeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemarkeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemarkeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen markeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen markeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen markeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen markeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemarkeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemarkeerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gemarkeerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult markeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘merken’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van markeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemarkeerd | voltooid deelwoord | markeren |
| gemarkeerde | woordvorm | markeren |
| markeer | gebiedende wijs | markeren |
| markeerde | verleden tijd | markeren |
| markeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | markeren |
| markeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | markeren |
| markere | aanvoegende wijs | markeren |
| markerend | onvoltooid deelwoord | markeren |
| markerende | woordvorm | markeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van markeren zijn vastgelegd.