| - |
impersonal, passief
|
| ben gemanicuurd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent gemanicuurd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| er is gemanicuurd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was gemanicuurd |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd gemanicuurd |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt gemanicuurd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal gemanicuurd worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal gemanicuurd zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou gemanicuurd worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou gemanicuurd zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| gemanicuurd |
verleden tijd, deelwoord
|
| gemanicuurd te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gemanicuurd te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| gemanicuurd te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gemanicuurd te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gemanicuurd te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| gemanicuurd worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gemanicuurd zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| gemanicuurd zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gemanicuurd zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| gemanicuurd zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had gemanicuurd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had gemanicuurd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had gemanicuurd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden gemanicuurd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden gemanicuurd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden gemanicuurd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt gemanicuurd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb gemanicuurd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gemanicuurd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben gemanicuurd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben gemanicuurd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben gemanicuurd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt gemanicuurd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gemanicuurd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft gemanicuurd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is gemanicuurd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is gemanicuurd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| manicure |
aanvoegende wijs
|
| manicurend |
onvoltooid, deelwoord
|
| manicuur |
gebiedende wijs
|
| manicuurde |
verleden tijd
|
| te hebben gemanicuurd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te manicuren |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen manicuren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| waart gemanicuurd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gemanicuurd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren gemanicuurd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren gemanicuurd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was gemanicuurd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was gemanicuurd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was gemanicuurd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd gemanicuurd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd gemanicuurd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd gemanicuurd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden gemanicuurd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden gemanicuurd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden gemanicuurd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt gemanicuurd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word gemanicuurd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden gemanicuurd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden gemanicuurd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden gemanicuurd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt gemanicuurd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt gemanicuurd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal gemanicuurd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gemanicuurd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal gemanicuurd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal gemanicuurd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gemanicuurd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal gemanicuurd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal gemanicuurd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal manicuren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal manicuren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal manicuren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn gemanicuurd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn gemanicuurd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn gemanicuurd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt gemanicuurd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou gemanicuurd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gemanicuurd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gemanicuurd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou gemanicuurd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gemanicuurd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou gemanicuurd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gemanicuurd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou gemanicuurd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou gemanicuurd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou manicuren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou manicuren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou manicuren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden gemanicuurd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gemanicuurd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gemanicuurd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gemanicuurd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden gemanicuurd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden gemanicuurd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden gemanicuurd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden gemanicuurd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden gemanicuurd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden manicuren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden manicuren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden manicuren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt gemanicuurd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gemanicuurd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt gemanicuurd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt manicuren |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen gemanicuurd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gemanicuurd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gemanicuurd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gemanicuurd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen gemanicuurd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen gemanicuurd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen gemanicuurd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen gemanicuurd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen gemanicuurd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen manicuren |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen manicuren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen manicuren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen manicuren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult gemanicuurd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gemanicuurd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult gemanicuurd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult manicuren |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|