mainteneren
werkwoordBetekenis
- onderhouden (van een bijzit of maintenee)
Vervoeging van mainteneren
maintenerenhele werkwoord — mainteneerdeverleden tijd enkelvoud — mainteneerdenverleden tijd meervoud — gemainteneerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | mainteneer | mainteneerde |
| jij | mainteneert | mainteneerde |
| hij, zij, het | mainteneert | mainteneerde |
| wij | mainteneren | mainteneerden |
| jullie | mainteneren | mainteneerden |
| zij | mainteneren | mainteneerden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gemainteneerd | verleden tijd, deelwoord |
| gemainteneerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemainteneerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemainteneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemainteneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemainteneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemainteneerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemainteneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemainteneerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemainteneerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemainteneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemainteneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemainteneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemainteneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemainteneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemainteneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemainteneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemainteneerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mainteneer | gebiedende wijs |
| mainteneerde | verleden tijd |
| maintenere | aanvoegende wijs |
| maintenerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemainteneerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te mainteneren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen mainteneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gemainteneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemainteneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemainteneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal mainteneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal mainteneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal mainteneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gemainteneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemainteneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemainteneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou mainteneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou mainteneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou mainteneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemainteneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemainteneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemainteneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden mainteneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden mainteneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden mainteneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemainteneerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt mainteneren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemainteneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemainteneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemainteneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen mainteneren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen mainteneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen mainteneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen mainteneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemainteneerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult mainteneren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse maintenir (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van mainteneren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemainteneerd | voltooid deelwoord | mainteneren |
| mainteneer | gebiedende wijs | mainteneren |
| mainteneerde | verleden tijd | mainteneren |
| mainteneerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | mainteneren |
| mainteneert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | mainteneren |
| maintenere | aanvoegende wijs | mainteneren |
| maintenerend | onvoltooid deelwoord | mainteneren |
| maintenerende | woordvorm | mainteneren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mainteneren zijn vastgelegd.