machtiging
zelfstandig naamwoordBetekenis
- verklaring die aan een ander bevoegdheid overdraagt om al dan niet in naam en/of voor rekening van de persoon die de machtiging afgeeft een feitelijke handeling uit te voeren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| machtigingen | meervoud |
| machtigingetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| machtigingetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van machtigen met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van machtiging
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| machtigingen | meervoud | machtiging |
| machtigingetje | verkleinwoord | machtiging |
| machtigingetjes | verkleinwoord meervoud | machtiging |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van machtiging zijn vastgelegd.