Naar de inhoud

luibakken

luieren

luibakken is meer dan één woord

luibakken

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. luieren

Vervoeging van luibakken

luibakkenhele werkwoord — luibakteverleden tijd enkelvoud — luibaktenverleden tijd meervoud — geluibaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik luibak luibakte
jij luibakt luibakte
hij, zij, het luibakt luibakte
wij luibakken luibakten
jullie luibakken luibakten
zij luibakken luibakten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geluibakt verleden tijd, deelwoord
geluibakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geluibakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geluibakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geluibakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geluibakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geluibakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geluibakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geluibakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geluibakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geluibakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geluibakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geluibakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geluibakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geluibakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geluibakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geluibakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geluibakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
luibak gebiedende wijs
luibakke aanvoegende wijs
luibakkend onvoltooid, deelwoord
luibakte verleden tijd
te hebben geluibakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te luibakken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen luibakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geluibakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geluibakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geluibakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal luibakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal luibakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal luibakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geluibakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geluibakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geluibakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou luibakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou luibakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou luibakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geluibakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geluibakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geluibakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden luibakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden luibakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden luibakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geluibakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt luibakken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geluibakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geluibakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geluibakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen luibakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen luibakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen luibakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen luibakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geluibakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult luibakken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord luibak

Herkomst

samenstelling van lui en bakken

Woordfamilie van luibakken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geluibakt voltooid deelwoord luibakken
luibakke aanvoegende wijs luibakken
luibakkend onvoltooid deelwoord luibakken
luibakkende woordvorm luibakken
luibakt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon luibakken
luibakte verleden tijd luibakken
luibakten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon luibakken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van luibakken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over luibakken

Wat betekent luibakken?
Luibakken is een werkwoord. Het woord betekent: luieren.
Hoe vervoeg je luibakken?
Je vervoegt luibakken als volgt: de tegenwoordige tijd is luibak, de verleden tijd is luibakte en het voltooid deelwoord is geluibakt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord luibakken is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. U 4
  3. I 1
  4. B 3
  5. A 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

luibakken levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. U 2
  3. I 2
  4. B 4
  5. A 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

luibakken in het kort

luibakken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van luibakken zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort luibakken bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

luibakken: luieren
Deel luibakken — standaardnederlands.nl