Naar de inhoud

loszitten

niet goed zijn bevestigd

loszitten

werkwoord

Betekenis

  1. niet goed zijn bevestigd

Vervoeging van loszitten

loszittenhele werkwoord — zat losverleden tijd enkelvoud — zaten losverleden tijd meervoud — losgezetenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zit los zat los
jij zit los zat los
hij, zij, het zit los zat los
wij zitten los zaten los
jullie zitten los zaten los
zij zitten los zaten los
Alle 73 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had losgezeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had losgezeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had losgezeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden losgezeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden losgezeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden losgezeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt losgezeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb losgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben losgezeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben losgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben losgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben losgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt losgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft losgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft losgezeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
los te zitten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
los te zullen zitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
los zal zitten bijzin, toekomende tijd
los zou zitten bijzin, voorwaardelijk
los zouden zitten bijzin, voorwaardelijk
los zoudt zitten bijzin, voorwaardelijk
los zullen zitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
los zullen zitten bijzin, toekomende tijd
los zult zitten bijzin, toekomende tijd
losgezeten verleden tijd, deelwoord
losgezeten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
losgezeten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
loszat bijzin, verleden tijd
loszaten bijzin, verleden tijd
loszit bijzin, tegenwoordige tijd
loszittend onvoltooid, deelwoord
te hebben losgezeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen loszitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal losgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal losgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal losgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal loszitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal loszitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal loszitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal loszitten bijzin, toekomende tijd
zat los verleden tijd
zit los gebiedende wijs
zou losgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou losgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou losgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou loszitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou loszitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou loszitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou loszitten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) loszitten los zou(dt) zitten bijzin, voorwaardelijk
zouden losgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden losgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden losgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden loszitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden loszitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden loszitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden loszitten bijzin, voorwaardelijk
zoudt losgezeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt loszitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt loszitten bijzin, voorwaardelijk
zullen losgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen losgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen losgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen loszitten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen loszitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen loszitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen loszitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen loszitten bijzin, toekomende tijd
zult losgezeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult loszitten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult loszitten bijzin, toekomende tijd
zult/zal loszitten los zult/zal zitten bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van los en zitten

Woordfamilie van loszitten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
losgezeten voltooid deelwoord loszitten
loszat subordinate-clause, verleden tijd loszitten
loszaten subordinate-clause, verleden tijd loszitten
loszit subordinate-clause, tegenwoordige tijd loszitten
loszitte with-subordinate-clause loszitten
loszittend onvoltooid deelwoord loszitten
loszittende woordvorm loszitten
zat los verleden tijd loszitten
zaten los aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon loszitten
zit los gebiedende wijs loszitten
zitte los woordvorm loszitten
zitten los aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon loszitten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van loszitten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over loszitten

Wat betekent loszitten?
Loszitten is een werkwoord. Het woord betekent: niet goed zijn bevestigd.
Hoe vervoeg je loszitten?
Je vervoegt loszitten als volgt: het voltooid deelwoord is losgezeten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord loszitten is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. O 1
  3. S 2
  4. Z 4
  5. I 1
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

loszitten levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. O 1
  3. S 2
  4. Z 5
  5. I 2
  6. T 2
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 zonder bonus
  11. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

loszitten in het kort

loszitten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van loszitten zijn 43 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort loszitten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

loszitten: niet goed zijn bevestigd
Deel loszitten — standaardnederlands.nl