Naar de inhoud

losmaken

ervoor zorgen dat iets of iemand los wordt

losmaken

werkwoord

Betekenis

  1. ervoor zorgen dat iets of iemand los wordt
  2. minder vast laten zijn
  3. bemachtigen
  4. interesses of emoties oproepen
  5. zich ontdoen van

Vervoeging van losmaken

losmakenhele werkwoord — maakte losverleden tijd enkelvoud — maakten losverleden tijd meervoud — losgemaaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik maak los maakte los
jij maakt los maakte los
hij, zij, het maakt los maakte los
wij maken los maakten los
jullie maken los maakten los
zij maken los maakten los
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben losgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent losgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is losgemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was losgemaakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd losgemaakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt losgemaakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal losgemaakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal losgemaakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou losgemaakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou losgemaakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had losgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had losgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had losgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden losgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden losgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden losgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt losgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb losgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben losgemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben losgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben losgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben losgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt losgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft losgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft losgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is losgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is losgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
los te maken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
los te zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
los zal maken bijzin, toekomende tijd
los zou maken bijzin, voorwaardelijk
los zouden maken bijzin, voorwaardelijk
los zoudt maken bijzin, voorwaardelijk
los zullen maken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
los zullen maken bijzin, toekomende tijd
los zult maken bijzin, toekomende tijd
losgemaakt verleden tijd, deelwoord
losgemaakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
losgemaakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
losgemaakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
losgemaakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
losgemaakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
losgemaakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
losgemaakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
losgemaakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
losgemaakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
losgemaakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
losmaak bijzin, tegenwoordige tijd
losmaakt bijzin, tegenwoordige tijd
losmaakte bijzin, verleden tijd
losmaakten bijzin, verleden tijd
losmakend onvoltooid, deelwoord
maak los gebiedende wijs
maakte los verleden tijd
te hebben losgemaakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen losmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart losgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren losgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren losgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren losgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was losgemaakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was losgemaakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was losgemaakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd losgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd losgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd losgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden losgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden losgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden losgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt losgemaakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word losgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden losgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden losgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden losgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt losgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt losgemaakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal losgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal losgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal losgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal losgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal losgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal losgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal losgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal losmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal losmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal losmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal losmaken bijzin, toekomende tijd
zijn losgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn losgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn losgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt losgemaakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou losgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou losgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou losgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou losgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou losgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou losgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou losgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou losgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou losgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou losmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou losmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou losmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou losmaken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) losmaken los zou(dt) maken bijzin, voorwaardelijk
zouden losgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden losgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden losgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden losgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden losgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden losgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden losgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden losgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden losgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden losmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden losmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden losmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden losmaken bijzin, voorwaardelijk
zoudt losgemaakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt losgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt losgemaakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt losmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt losmaken bijzin, voorwaardelijk
zullen losgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen losgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen losgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen losgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen losgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen losgemaakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen losgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen losgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen losgemaakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen losmaken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen losmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen losmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen losmaken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen losmaken bijzin, toekomende tijd
zult losgemaakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van los en maken

Woordfamilie van losmaken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
losgemaakt voltooid deelwoord losmaken
losgemaakte woordvorm losmaken
losmaak subordinate-clause, tegenwoordige tijd losmaken
losmaakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd losmaken
losmaakte subordinate-clause, verleden tijd losmaken
losmaakten subordinate-clause, verleden tijd losmaken
losmake with-subordinate-clause losmaken
losmakend onvoltooid deelwoord losmaken
losmakende woordvorm losmaken
maak los gebiedende wijs losmaken
maakt los aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon losmaken
maakte los verleden tijd losmaken
maakten los aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon losmaken
make los woordvorm losmaken
maken los aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon losmaken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van losmaken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over losmaken

Wat betekent losmaken?
Losmaken is een werkwoord. Het woord betekent: ervoor zorgen dat iets of iemand los wordt. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je losmaken?
Je vervoegt losmaken als volgt: het voltooid deelwoord is losgemaakt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord losmaken is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. O 1
  3. S 2
  4. M 3
  5. A 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

losmaken levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. O 1
  3. S 2
  4. M 3
  5. A 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

losmaken in het kort

losmaken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van losmaken zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort losmaken bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

losmaken: ervoor zorgen dat iets of iemand los wordt
Deel losmaken — standaardnederlands.nl