loslopend
werkwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van een huisdier dat het niet gevangen is of aan de lijn loopt
- van een dier dat niemand er de eigenaar van is en dat iedereen er dus mee kan doen en laten wat hem goeddunkt
Woordvorm
- onvoltooid deelwoord van loslopen
Vervoeging van loslopend
loslopendhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van los bn en lopend ww
Woordfamilie van loslopend
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| loslopends | woordvorm | loslopend |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van loslopend zijn vastgelegd.