Naar de inhoud

loslaten

niet langer vasthouden

loslaten

werkwoord ˈlɔslatə(n)

Betekenis

  1. niet langer vasthouden
  2. niet meer in bedwang houden
  3. niet langer ergens emotioneel bij betrokken zijn

Hoe spreek je loslaten uit?

/ˈlɔslatən/

Loslaten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈlɔslatən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
l land
ɔ bot
s sok
a maan
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van loslaten

loslatenhele werkwoord — liet losverleden tijd enkelvoud — lieten losverleden tijd meervoud — losgelatenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik laat los liet los
jij laat los liet los
hij, zij, het laat los liet los
wij laten los lieten los
jullie laten los lieten los
zij laten los lieten los
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben losgelaten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent losgelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is losgelaten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was losgelaten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd losgelaten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt losgelaten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal losgelaten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal losgelaten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou losgelaten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou losgelaten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had losgelaten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had losgelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had losgelaten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden losgelaten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden losgelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden losgelaten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt losgelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb losgelaten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben losgelaten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben losgelaten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben losgelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben losgelaten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt losgelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft losgelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft losgelaten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is losgelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is losgelaten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
laat los gebiedende wijs
liet los verleden tijd
los te laten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
los te zullen laten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
los zal laten bijzin, toekomende tijd
los zou laten bijzin, voorwaardelijk
los zouden laten bijzin, voorwaardelijk
los zoudt laten bijzin, voorwaardelijk
los zullen laten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
los zullen laten bijzin, toekomende tijd
los zult laten bijzin, toekomende tijd
losgelaten verleden tijd, deelwoord
losgelaten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
losgelaten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
losgelaten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
losgelaten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
losgelaten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
losgelaten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
losgelaten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
losgelaten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
losgelaten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
losgelaten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
loslaat bijzin, tegenwoordige tijd
loslatend onvoltooid, deelwoord
losliet bijzin, verleden tijd
loslieten bijzin, verleden tijd
te hebben losgelaten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen loslaten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart losgelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren losgelaten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren losgelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren losgelaten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was losgelaten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was losgelaten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was losgelaten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd losgelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd losgelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd losgelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden losgelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden losgelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden losgelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt losgelaten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word losgelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden losgelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden losgelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden losgelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt losgelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt losgelaten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal losgelaten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal losgelaten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal losgelaten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal losgelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal losgelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal losgelaten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal losgelaten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal loslaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal loslaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal loslaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal loslaten bijzin, toekomende tijd
zijn losgelaten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn losgelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn losgelaten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt losgelaten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou losgelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou losgelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou losgelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou losgelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou losgelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou losgelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou losgelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou losgelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou losgelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou loslaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou loslaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou loslaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou loslaten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) loslaten los zou(dt) laten bijzin, voorwaardelijk
zouden losgelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden losgelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden losgelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden losgelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden losgelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden losgelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden losgelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden losgelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden losgelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden loslaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden loslaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden loslaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden loslaten bijzin, voorwaardelijk
zoudt losgelaten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt losgelaten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt losgelaten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt loslaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt loslaten bijzin, voorwaardelijk
zullen losgelaten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen losgelaten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen losgelaten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen losgelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen losgelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen losgelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen losgelaten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen losgelaten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen losgelaten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen loslaten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen loslaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen loslaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen loslaten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen loslaten bijzin, toekomende tijd
zult losgelaten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult losgelaten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van los en laten

Woordfamilie van loslaten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
laat los gebiedende wijs loslaten
late los woordvorm loslaten
laten los aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon loslaten
liet los verleden tijd loslaten
lieten los aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon loslaten
losgelaten voltooid deelwoord loslaten
loslaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd loslaten
loslate with-subordinate-clause loslaten
loslatend onvoltooid deelwoord loslaten
loslatende woordvorm loslaten
losliet subordinate-clause, verleden tijd loslaten
loslieten subordinate-clause, verleden tijd loslaten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van loslaten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over loslaten

Hoe spreek je loslaten uit?
De uitspraak van loslaten is: /ˈlɔslatə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent loslaten?
Loslaten is een werkwoord. Het woord betekent: niet langer vasthouden. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je loslaten?
Je vervoegt loslaten als volgt: het voltooid deelwoord is losgelaten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord loslaten is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. O 1
  3. S 2
  4. L 3
  5. A 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

loslaten levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. O 1
  3. S 2
  4. L 3
  5. A 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

loslaten in het kort

loslaten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van loslaten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort loslaten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

loslaten: niet langer vasthouden
Deel loslaten — standaardnederlands.nl