lokaliseren
werkwoordBetekenis
- afbakenen
- de plaats vaststellen van
Vervoeging van lokaliseren
lokaliserenhele werkwoord — lokaliseerdeverleden tijd enkelvoud — lokaliseerdenverleden tijd meervoud — gelokaliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lokaliseer | lokaliseerde |
| jij | lokaliseert | lokaliseerde |
| hij, zij, het | lokaliseert | lokaliseerde |
| wij | lokaliseren | lokaliseerden |
| jullie | lokaliseren | lokaliseerden |
| zij | lokaliseren | lokaliseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gelokaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gelokaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gelokaliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelokaliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelokaliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelokaliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelokaliseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelokaliseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelokaliseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelokaliseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelokaliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gelokaliseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelokaliseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelokaliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelokaliseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelokaliseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelokaliseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelokaliseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelokaliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelokaliseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelokaliseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelokaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelokaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelokaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelokaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelokaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelokaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelokaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelokaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelokaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelokaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelokaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelokaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelokaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelokaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelokaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelokaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gelokaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lokaliseer | gebiedende wijs |
| lokaliseerde | verleden tijd |
| lokalisere | aanvoegende wijs |
| lokaliserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gelokaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te lokaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen lokaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gelokaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelokaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gelokaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelokaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelokaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gelokaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gelokaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelokaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gelokaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gelokaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gelokaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gelokaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gelokaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gelokaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gelokaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gelokaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gelokaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gelokaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelokaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gelokaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gelokaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelokaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelokaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelokaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelokaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelokaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelokaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal lokaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal lokaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal lokaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelokaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gelokaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gelokaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gelokaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gelokaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelokaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelokaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelokaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelokaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelokaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelokaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelokaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelokaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou lokaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou lokaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou lokaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelokaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelokaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelokaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelokaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelokaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelokaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelokaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelokaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelokaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden lokaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden lokaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden lokaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelokaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelokaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelokaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt lokaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelokaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelokaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelokaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelokaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelokaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelokaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelokaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelokaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelokaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen lokaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen lokaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen lokaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen lokaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelokaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelokaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelokaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult lokaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tot een plaats beperken, een plaats toekennen’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van lokaliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelokaliseerd | voltooid deelwoord | lokaliseren |
| gelokaliseerde | woordvorm | lokaliseren |
| lokaliseer | gebiedende wijs | lokaliseren |
| lokaliseerde | verleden tijd | lokaliseren |
| lokaliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | lokaliseren |
| lokaliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | lokaliseren |
| lokalisere | aanvoegende wijs | lokaliseren |
| lokaliserend | onvoltooid deelwoord | lokaliseren |
| lokaliserende | woordvorm | lokaliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lokaliseren zijn vastgelegd.