Naar de inhoud

lokaliseren

afbakenen

lokaliseren

werkwoord

Betekenis

  1. afbakenen
  2. de plaats vaststellen van

Vervoeging van lokaliseren

lokaliserenhele werkwoord — lokaliseerdeverleden tijd enkelvoud — lokaliseerdenverleden tijd meervoud — gelokaliseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik lokaliseer lokaliseerde
jij lokaliseert lokaliseerde
hij, zij, het lokaliseert lokaliseerde
wij lokaliseren lokaliseerden
jullie lokaliseren lokaliseerden
zij lokaliseren lokaliseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gelokaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gelokaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gelokaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gelokaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gelokaliseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gelokaliseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gelokaliseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gelokaliseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gelokaliseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gelokaliseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gelokaliseerd verleden tijd, deelwoord
gelokaliseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gelokaliseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gelokaliseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelokaliseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelokaliseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gelokaliseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gelokaliseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gelokaliseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gelokaliseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gelokaliseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gelokaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gelokaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gelokaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gelokaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gelokaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gelokaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gelokaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gelokaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelokaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gelokaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gelokaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gelokaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gelokaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelokaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gelokaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gelokaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gelokaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
lokaliseer gebiedende wijs
lokaliseerde verleden tijd
lokalisere aanvoegende wijs
lokaliserend onvoltooid, deelwoord
te hebben gelokaliseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te lokaliseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen lokaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gelokaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gelokaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gelokaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gelokaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gelokaliseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gelokaliseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gelokaliseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gelokaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gelokaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gelokaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gelokaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gelokaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gelokaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gelokaliseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gelokaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gelokaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gelokaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gelokaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gelokaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gelokaliseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gelokaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelokaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gelokaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gelokaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelokaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gelokaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gelokaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal lokaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal lokaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal lokaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gelokaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gelokaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gelokaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gelokaliseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gelokaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelokaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelokaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gelokaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelokaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gelokaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelokaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gelokaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gelokaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou lokaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou lokaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou lokaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gelokaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelokaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelokaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gelokaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gelokaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gelokaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gelokaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gelokaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gelokaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden lokaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden lokaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden lokaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gelokaliseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gelokaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gelokaliseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt lokaliseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gelokaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelokaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelokaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gelokaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gelokaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gelokaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gelokaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gelokaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gelokaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen lokaliseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen lokaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen lokaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen lokaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gelokaliseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gelokaliseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gelokaliseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult lokaliseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tot een plaats beperken, een plaats toekennen’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Woordfamilie van lokaliseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gelokaliseerd voltooid deelwoord lokaliseren
gelokaliseerde woordvorm lokaliseren
lokaliseer gebiedende wijs lokaliseren
lokaliseerde verleden tijd lokaliseren
lokaliseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon lokaliseren
lokaliseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon lokaliseren
lokalisere aanvoegende wijs lokaliseren
lokaliserend onvoltooid deelwoord lokaliseren
lokaliserende woordvorm lokaliseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lokaliseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over lokaliseren

Wat is de betekenis van lokaliseren?
Lokaliseren is een werkwoord. De betekenis is: afbakenen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik lokaliseren?
Zo vervoeg je lokaliseren zo: de tegenwoordige tijd is lokaliseer, de verleden tijd is lokaliseerde en het voltooid deelwoord is gelokaliseerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord lokaliseren is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. O 1
  3. K 3
  4. A 1
  5. L 3
  6. I 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

lokaliseren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. O 1
  3. K 3
  4. A 1
  5. L 3
  6. I 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

lokaliseren in het kort

lokaliseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van lokaliseren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort lokaliseren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

lokaliseren: afbakenen
Deel lokaliseren — standaardnederlands.nl