linken
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- verbinden
- webpagina´s d.m.v. hyperlinks met elkaar verbinden
- alle programmamodules integreren na compilatie (gebeurt door de link-editor ook wel linker genoemd)
- sluipen, loeren, bedriegen
Vervoeging van linken
linkenhele werkwoord — linkteverleden tijd enkelvoud — linktenverleden tijd meervoud — gelinktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | link | linkte |
| jij | linkt | linkte |
| hij, zij, het | linkt | linkte |
| wij | linken | linkten |
| jullie | linken | linkten |
| zij | linken | linkten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gelinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gelinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gelinkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelinkt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelinkt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelinkt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelinkt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelinkt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelinkt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelinkt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelinkt | verleden tijd, deelwoord |
| gelinkt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelinkt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelinkt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelinkt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelinkt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelinkt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelinkt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelinkt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelinkt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelinkt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelinkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelinkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelinkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelinkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelinkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelinkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelinkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelinkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gelinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| link | gebiedende wijs |
| linke | aanvoegende wijs |
| linkend | onvoltooid, deelwoord |
| linkte | verleden tijd |
| te hebben gelinkt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te linken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen linken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gelinkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelinkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gelinkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelinkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelinkt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gelinkt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gelinkt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelinkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gelinkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gelinkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gelinkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gelinkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gelinkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gelinkt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gelinkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gelinkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gelinkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gelinkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelinkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gelinkt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gelinkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelinkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelinkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelinkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelinkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal linken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal linken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal linken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gelinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gelinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gelinkt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gelinkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelinkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelinkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelinkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelinkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelinkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou linken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou linken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou linken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelinkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelinkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelinkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelinkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelinkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelinkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden linken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden linken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden linken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelinkt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelinkt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt linken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelinkt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelinkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelinkt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelinkt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelinkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelinkt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen linken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen linken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen linken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen linken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelinkt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelinkt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelinkt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult linken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord link
Herkomst
van het Engelse werkwoord to link (verbinden)
Woordfamilie van linken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelinkt | voltooid deelwoord | linken |
| gelinkte | woordvorm | linken |
| linkend | onvoltooid deelwoord | linken |
| linkende | woordvorm | linken |
| linkt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | linken |
| linkte | verleden tijd | linken |
| linkten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | linken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van linken zijn vastgelegd.