lekken
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- vloeistof laten ontsnappen
- geheime informatie onthullen
- likken
Vervoeging van lekken
lekkenhele werkwoord — lekteverleden tijd enkelvoud — lektenverleden tijd meervoud — gelektvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lek | lekte |
| jij | lekt | lekte |
| hij, zij, het | lekt | lekte |
| wij | lekken | lekten |
| jullie | lekken | lekten |
| zij | lekken | lekten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gelekt | verleden tijd, deelwoord |
| gelekt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelekt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lek | gebiedende wijs |
| lekke | aanvoegende wijs |
| lekkend | onvoltooid, deelwoord |
| lekte | verleden tijd |
| te hebben gelekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te lekken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen lekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gelekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal lekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal lekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal lekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gelekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou lekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou lekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou lekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden lekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden lekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden lekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt lekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen lekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen lekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen lekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen lekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult lekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord lek
Herkomst
In de betekenis van ‘niet dicht zijn’ voor het eerst aangetroffen in 1440
Woordfamilie van lekken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelekt | voltooid deelwoord | lekken |
| gelekte | woordvorm | lekken |
| lekkend | onvoltooid deelwoord | lekken |
| lekkende | woordvorm | lekken |
| lekt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | lekken |
| lekte | verleden tijd | lekken |
| lekten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | lekken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lekken zijn vastgelegd.