legaliseren
werkwoordBetekenis
- de wet zodanig aanpassen dat iets niet langer een vergrijp is
- het voor echt verklaren door een bevoegde autoriteit van verklaringen, handtekeningen etc., apostilleren
werkwoord
- een bepaalde situatie wettig onderbouwen
Vervoeging van legaliseren
legaliserenhele werkwoord — legaliseerdeverleden tijd enkelvoud — legaliseerdenverleden tijd meervoud — gelegaliseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | legaliseer | legaliseerde |
| jij | legaliseert | legaliseerde |
| hij, zij, het | legaliseert | legaliseerde |
| wij | legaliseren | legaliseerden |
| jullie | legaliseren | legaliseerden |
| zij | legaliseren | legaliseerden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is gelegaliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelegaliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelegaliseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelegaliseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelegaliseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelegaliseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelegaliseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelegaliseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelegaliseerd | verleden tijd, deelwoord |
| gelegaliseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelegaliseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelegaliseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelegaliseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelegaliseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelegaliseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelegaliseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelegaliseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelegaliseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelegaliseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelegaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelegaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelegaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelegaliseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelegaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelegaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelegaliseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelegaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelegaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelegaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelegaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelegaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelegaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelegaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelegaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelegaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| legaliseer | gebiedende wijs |
| legaliseerde | verleden tijd |
| legalisere | aanvoegende wijs |
| legaliserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gelegaliseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te legaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen legaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren gelegaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelegaliseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelegaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden gelegaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden gelegaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelegaliseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelegaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelegaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelegaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelegaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelegaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal legaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal legaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal legaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelegaliseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou gelegaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelegaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelegaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelegaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelegaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou legaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou legaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou legaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelegaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelegaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelegaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelegaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelegaliseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden legaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden legaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden legaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelegaliseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt legaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelegaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelegaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelegaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelegaliseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelegaliseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen legaliseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen legaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen legaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen legaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelegaliseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult legaliseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voor echt verklaren’ voor het eerst aangetroffen in 1818
Woordfamilie van legaliseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelegaliseerd | voltooid deelwoord | legaliseren |
| gelegaliseerde | woordvorm | legaliseren |
| legaliseer | gebiedende wijs | legaliseren |
| legaliseerde | verleden tijd | legaliseren |
| legaliseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | legaliseren |
| legaliseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | legaliseren |
| legalisere | aanvoegende wijs | legaliseren |
| legaliserend | onvoltooid deelwoord | legaliseren |
| legaliserende | woordvorm | legaliseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van legaliseren zijn vastgelegd.