leest
werkwoord, zelfstandig naamwoord lestBetekenis
- een houten of metalen vorm waarop een schoen vervaardigd of gerepareerd wordt
- de gedaante van een lichaam
Hoe spreek je leest uit?
/lest/
Leest bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| s | sok |
| t | tak |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lezen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lezen
- gebiedende wijs meervoud van lezen
Vervoeging van leest
leesthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘gestalte, vorm van het lichaam’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1629
Woordfamilie van leest
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leesten | meervoud | leest |
| leestje | woordvorm | leest |
| leestjes | meervoud | leest |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leest zijn vastgelegd.