leenstelsel
zelfstandig naamwoord ˈlenstɛlsəlBetekenis
- een staatsvorm gebaseerd op een hiërarchie waarvan de leden elkaar eden van trouw zweren
Hoe spreek je leenstelsel uit?
/ˈlenstɛlsəl/
Leenstelsel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| ɛ | bed |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- staatsvorm gebaseerd op een hiërarchie waarvan de leden elkaar eden van trouw zweren
- vorm van studiefinanciering door de overheid die studenten later moeten terugbetalen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leenstelsels | meervoud |
| leenstelseltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| leenstelseltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van leen ww en stelsel zn
Woordfamilie van leenstelsel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leenstelsels | meervoud | leenstelsel |
| leenstelseltje | verkleinwoord | leenstelsel |
| leenstelseltjes | verkleinwoord meervoud | leenstelsel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leenstelsel zijn vastgelegd.