leenheer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die een gebied in leen geeft aan een leenman waarvoor hij persoonlijke trouw en militaire bijstand als tegenprestatie verlangt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leenheren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van leen en heer
Woordfamilie van leenheer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leenheren | meervoud | leenheer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leenheer zijn vastgelegd.