leegbloeden
werkwoordBetekenis
- alle bloed verliezen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van leegbloeden
leegbloedenhele werkwoord — bloedde leegverleden tijd enkelvoud — bloedden leegverleden tijd meervoud — leeggebloedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bloed leeg | bloedde leeg |
| jij | bloedt leeg | bloedde leeg |
| hij, zij, het | bloedt leeg | bloedde leeg |
| wij | bloeden leeg | bloedden leeg |
| jullie | bloeden leeg | bloedden leeg |
| zij | bloeden leeg | bloedden leeg |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben leeggebloed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent leeggebloed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bloed leeg | gebiedende wijs |
| bloedde leeg | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| is leeggebloed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is leeggebloed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| leeg te bloeden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| leeg te zullen bloeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| leeg zal bloeden | bijzin, toekomende tijd |
| leeg zou bloeden | bijzin, voorwaardelijk |
| leeg zouden bloeden | bijzin, voorwaardelijk |
| leeg zoudt bloeden | bijzin, voorwaardelijk |
| leeg zullen bloeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| leeg zullen bloeden | bijzin, toekomende tijd |
| leeg zult bloeden | bijzin, toekomende tijd |
| leegbloed | bijzin, tegenwoordige tijd |
| leegbloedde | bijzin, verleden tijd |
| leegbloedden | bijzin, verleden tijd |
| leegbloedend | onvoltooid, deelwoord |
| leegbloedt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| leeggebloed | verleden tijd, deelwoord |
| leeggebloed te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| leeggebloed zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te zijn leeggebloed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen leegbloeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart leeggebloed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren leeggebloed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren leeggebloed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren leeggebloed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was leeggebloed | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was leeggebloed | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was leeggebloed | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal leegbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal leegbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal leegbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal leegbloeden | bijzin, toekomende tijd |
| zal leeggebloed zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal leeggebloed zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal leeggebloed zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn leeggebloed | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn leeggebloed | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn leeggebloed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn leeggebloed | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt leeggebloed | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou leegbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou leegbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou leegbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou leegbloeden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou leeggebloed zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou leeggebloed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou leeggebloed zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) leegbloeden leeg zou(dt) bloeden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden leegbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden leegbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden leegbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden leegbloeden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden leeggebloed zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden leeggebloed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden leeggebloed zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt leegbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt leegbloeden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt leeggebloed zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen leegbloeden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen leegbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen leegbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen leegbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen leegbloeden | bijzin, toekomende tijd |
| zullen leeggebloed zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen leeggebloed zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen leeggebloed zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult leegbloeden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult leegbloeden | bijzin, toekomende tijd |
| zult leeggebloed zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal leegbloeden leeg zult/zal bloeden | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van leeg en bloeden
Woordfamilie van leegbloeden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bloed leeg | gebiedende wijs | leegbloeden |
| bloedde leeg | verleden tijd | leegbloeden |
| bloedden leeg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | leegbloeden |
| bloede leeg | woordvorm | leegbloeden |
| bloeden leeg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | leegbloeden |
| bloedt leeg | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | leegbloeden |
| leegbloed | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | leegbloeden |
| leegbloedde | subordinate-clause, verleden tijd | leegbloeden |
| leegbloedden | subordinate-clause, verleden tijd | leegbloeden |
| leegbloede | with-subordinate-clause | leegbloeden |
| leegbloedend | onvoltooid deelwoord | leegbloeden |
| leegbloedende | woordvorm | leegbloeden |
| leegbloedt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | leegbloeden |
| leeggebloed | voltooid deelwoord | leegbloeden |
| leeggebloede | woordvorm | leegbloeden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leegbloeden zijn vastgelegd.