Naar de inhoud

leegbloeden

alle bloed verliezen

leegbloeden

werkwoord

Betekenis

  1. alle bloed verliezen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van leegbloeden

leegbloedenhele werkwoord — bloedde leegverleden tijd enkelvoud — bloedden leegverleden tijd meervoud — leeggebloedvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bloed leeg bloedde leeg
jij bloedt leeg bloedde leeg
hij, zij, het bloedt leeg bloedde leeg
wij bloeden leeg bloedden leeg
jullie bloeden leeg bloedden leeg
zij bloeden leeg bloedden leeg
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben leeggebloed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent leeggebloed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bloed leeg gebiedende wijs
bloedde leeg verleden tijd
ev. gebiedende wijs
is leeggebloed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is leeggebloed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
leeg te bloeden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
leeg te zullen bloeden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
leeg zal bloeden bijzin, toekomende tijd
leeg zou bloeden bijzin, voorwaardelijk
leeg zouden bloeden bijzin, voorwaardelijk
leeg zoudt bloeden bijzin, voorwaardelijk
leeg zullen bloeden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
leeg zullen bloeden bijzin, toekomende tijd
leeg zult bloeden bijzin, toekomende tijd
leegbloed bijzin, tegenwoordige tijd
leegbloedde bijzin, verleden tijd
leegbloedden bijzin, verleden tijd
leegbloedend onvoltooid, deelwoord
leegbloedt bijzin, tegenwoordige tijd
leeggebloed verleden tijd, deelwoord
leeggebloed te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
leeggebloed zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
te zijn leeggebloed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen leegbloeden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart leeggebloed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren leeggebloed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren leeggebloed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren leeggebloed voltooid, verleden tijd, derde persoon
was leeggebloed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was leeggebloed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was leeggebloed voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal leegbloeden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal leegbloeden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal leegbloeden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal leegbloeden bijzin, toekomende tijd
zal leeggebloed zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal leeggebloed zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal leeggebloed zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn leeggebloed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn leeggebloed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn leeggebloed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn leeggebloed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt leeggebloed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou leegbloeden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou leegbloeden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou leegbloeden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou leegbloeden bijzin, voorwaardelijk
zou leeggebloed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou leeggebloed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou leeggebloed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) leegbloeden leeg zou(dt) bloeden bijzin, voorwaardelijk
zouden leegbloeden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden leegbloeden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden leegbloeden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden leegbloeden bijzin, voorwaardelijk
zouden leeggebloed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden leeggebloed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden leeggebloed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt leegbloeden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt leegbloeden bijzin, voorwaardelijk
zoudt leeggebloed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen leegbloeden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen leegbloeden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen leegbloeden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen leegbloeden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen leegbloeden bijzin, toekomende tijd
zullen leeggebloed zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen leeggebloed zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen leeggebloed zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult leegbloeden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult leegbloeden bijzin, toekomende tijd
zult leeggebloed zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal leegbloeden leeg zult/zal bloeden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van leeg en bloeden

Woordfamilie van leegbloeden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bloed leeg gebiedende wijs leegbloeden
bloedde leeg verleden tijd leegbloeden
bloedden leeg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon leegbloeden
bloede leeg woordvorm leegbloeden
bloeden leeg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon leegbloeden
bloedt leeg aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon leegbloeden
leegbloed subordinate-clause, tegenwoordige tijd leegbloeden
leegbloedde subordinate-clause, verleden tijd leegbloeden
leegbloedden subordinate-clause, verleden tijd leegbloeden
leegbloede with-subordinate-clause leegbloeden
leegbloedend onvoltooid deelwoord leegbloeden
leegbloedende woordvorm leegbloeden
leegbloedt subordinate-clause, tegenwoordige tijd leegbloeden
leeggebloed voltooid deelwoord leegbloeden
leeggebloede woordvorm leegbloeden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leegbloeden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over leegbloeden

Wat is de betekenis van leegbloeden?
Leegbloeden is een werkwoord. De betekenis is: alle bloed verliezen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik leegbloeden?
Zo vervoeg je leegbloeden zo: het voltooid deelwoord is leeggebloed. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord leegbloeden is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. G 3
  5. B 3
  6. L 3
  7. O 1
  8. E 1
  9. D 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

leegbloeden levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 87 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. E 1
  3. E 1
  4. G 3
  5. B 4
  6. L 3
  7. O 1
  8. E 1
  9. D 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 21 zonder bonus
  13. 87 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

leegbloeden in het kort

leegbloeden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van leegbloeden staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort leegbloeden bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

leegbloeden: alle bloed verliezen
Deel leegbloeden — standaardnederlands.nl