leasen
werkwoordBetekenis
- huren voor een langere tijd (vooral van auto's voor een bedrijf)
Vervoeging van leasen
leasenhele werkwoord — leasedeverleden tijd enkelvoud — leasedenverleden tijd meervoud — geleasedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lease | leasede |
| jij | leaset | leasede |
| hij, zij, het | leaset | leasede |
| wij | leasen | leaseden |
| jullie | leasen | leaseden |
| zij | leasen | leaseden |
Alle 91 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geleased | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geleased | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geleased | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geleased | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geleased | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geleased | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geleased | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geleased | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geleased | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geleased | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geleased | verleden tijd, deelwoord |
| geleaset | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geleaset | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geleaset | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| geleaset | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| geleaset | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| geleaset | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| geleaset | verleden tijd, deelwoord |
| geleaset | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| geleaset | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| geleaset | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| geleaset | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| geleaset | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| geleaset | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| geleaset hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| geleaset hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| geleaset hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| geleaset hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| geleaset hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| geleaset hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| geleaset te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geleaset worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| geleaset worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| geleaset zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| geleaset zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| geleaset zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geleased | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geleased | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geleased | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geleased | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geleased | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geleased | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geleased | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geleased | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geleased | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geleased | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geleased | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geleased | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geleased | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebt/heeft geleased geleaset | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geleased | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lease | gebiedende wijs |
| lease | aanvoegende wijs |
| leasede | verleden tijd |
| leasend | onvoltooid, deelwoord |
| leasete | verleden tijd |
| te hebben geleased | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te leasen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen leasen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geleased | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geleased | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal leasen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal leasen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal leasen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal/zult geleased geleaset hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zou geleased | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geleased | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geleased | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou leasen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou leasen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou leasen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou/zoudt geleased geleaset hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geleased | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geleased | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geleased | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden leasen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden leasen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden leasen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geleased | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt leasen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geleased | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geleased | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geleased | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen leasen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen leasen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen leasen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen leasen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geleased | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult leasen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult/zal geleased geleaset hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘voor lange termijn huren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1974
Woordfamilie van leasen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geleased | voltooid deelwoord | leasen |
| geleasede | woordvorm | leasen |
| geleaset | voltooid deelwoord | leasen |
| geleasete | woordvorm | leasen |
| leasede | verleden tijd | leasen |
| leaseden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | leasen |
| leasend | onvoltooid deelwoord | leasen |
| leasende | woordvorm | leasen |
| leaset | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | leasen |
| leasete | verleden tijd | leasen |
| leaseten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | leasen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leasen zijn vastgelegd.