lease
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- het leasen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| leases | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leasen
- gebiedende wijs van leasen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van leasen
- aanvoegende wijs van leasen
Vervoeging van lease
leasehele werkwoord
Herkomst
Ontleend aan Engels lease [A]. In het Nederlands aangetroffen sinds de tweede helft van de 20e eeuw, aanvankelijk vooral in samenstellingen.
Woordfamilie van lease
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| leases | meervoud | lease |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lease zijn vastgelegd.