laven
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- het lessen van iemands dorst
Vervoeging van laven
lavenhele werkwoord — laafdeverleden tijd enkelvoud — laafdenverleden tijd meervoud — gelaafdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | laaf | laafde |
| jij | laaft | laafde |
| hij, zij, het | laaft | laafde |
| wij | laven | laafden |
| jullie | laven | laafden |
| zij | laven | laafden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gelaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gelaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gelaafd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelaafd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelaafd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelaafd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelaafd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelaafd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelaafd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelaafd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelaafd | verleden tijd, deelwoord |
| gelaafd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelaafd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelaafd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelaafd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelaafd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelaafd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelaafd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelaafd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelaafd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelaafd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelaafd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelaafd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelaafd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelaafd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelaafd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelaafd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelaafd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelaafd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gelaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| laaf | gebiedende wijs |
| laafde | verleden tijd |
| lave | aanvoegende wijs |
| lavend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gelaafd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te laven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen laven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gelaafd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelaafd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gelaafd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelaafd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelaafd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gelaafd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gelaafd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelaafd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gelaafd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gelaafd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gelaafd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gelaafd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gelaafd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gelaafd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gelaafd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gelaafd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gelaafd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gelaafd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelaafd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gelaafd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gelaafd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelaafd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelaafd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelaafd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelaafd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal laven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal laven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal laven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gelaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gelaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gelaafd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gelaafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelaafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelaafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelaafd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelaafd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelaafd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou laven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou laven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou laven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelaafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelaafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelaafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelaafd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelaafd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelaafd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden laven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden laven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden laven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelaafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelaafd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt laven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelaafd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelaafd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelaafd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelaafd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelaafd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelaafd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen laven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen laven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen laven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen laven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelaafd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelaafd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelaafd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult laven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord laaf
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘verkwikken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265
Woordfamilie van laven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelaafd | voltooid deelwoord | laven |
| gelaafde | woordvorm | laven |
| laafde | verleden tijd | laven |
| laafden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | laven |
| laaft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | laven |
| lave | aanvoegende wijs | laven |
| lavend | onvoltooid deelwoord | laven |
| lavende | woordvorm | laven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van laven zijn vastgelegd.