laseren
werkwoordBetekenis
- met laser behandelen
- het hoornvlies laten behandelen met lasertechniek, zodat bril of contactlens|contactlenzen overbodig worden
werkwoord
- het hoornvlies laten behandelen met lasertechniek, zodat bril of contactlenzen overbodig worden
Vervoeging van laseren
laserenhele werkwoord — laserdeverleden tijd enkelvoud — laserdenverleden tijd meervoud — gelaserdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | laser | laserde |
| jij | lasert | laserde |
| hij, zij, het | lasert | laserde |
| wij | laseren | laserden |
| jullie | laseren | laserden |
| zij | laseren | laserden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gelaserd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gelaserd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gelaserd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelaserd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelaserd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelaserd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelaserd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelaserd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelaserd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelaserd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelaserd | verleden tijd, deelwoord |
| gelaserd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelaserd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelaserd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelaserd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelaserd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelaserd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelaserd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelaserd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelaserd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelaserd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelaserd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelaserd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelaserd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelaserd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelaserd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelaserd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelaserd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelaserd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelaserd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelaserd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelaserd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelaserd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelaserd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelaserd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelaserd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelaserd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gelaserd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| laser | gebiedende wijs |
| laserde | verleden tijd |
| lasere | aanvoegende wijs |
| laserend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gelaserd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te laseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen laseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gelaserd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelaserd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gelaserd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelaserd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelaserd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gelaserd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gelaserd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelaserd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gelaserd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gelaserd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gelaserd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gelaserd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gelaserd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gelaserd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gelaserd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gelaserd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gelaserd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gelaserd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelaserd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gelaserd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gelaserd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelaserd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelaserd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelaserd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelaserd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelaserd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelaserd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal laseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal laseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal laseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelaserd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gelaserd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gelaserd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gelaserd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gelaserd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelaserd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelaserd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelaserd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelaserd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelaserd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelaserd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelaserd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelaserd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou laseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou laseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou laseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelaserd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelaserd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelaserd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelaserd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelaserd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelaserd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelaserd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelaserd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelaserd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden laseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden laseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden laseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelaserd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelaserd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelaserd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt laseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelaserd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelaserd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelaserd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelaserd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelaserd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelaserd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelaserd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelaserd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelaserd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen laseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen laseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen laseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen laseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelaserd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelaserd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelaserd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult laseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse laser (met het achtervoegsel -eren)
Woordfamilie van laseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelaserd | voltooid deelwoord | laseren |
| gelaserde | woordvorm | laseren |
| laserde | verleden tijd | laseren |
| laserden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | laseren |
| lasere | aanvoegende wijs | laseren |
| laserend | onvoltooid deelwoord | laseren |
| laserende | woordvorm | laseren |
| lasert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | laseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van laseren zijn vastgelegd.