landschap
zelfstandig naamwoord ˈlɑntsxɑpBetekenis
- hoe een bepaalde streek eruitziet qua geologische vormen en begroeiing
- een schilderij waarop 1 het onderwerp van het kunstwerk is
- landstreek
Hoe spreek je landschap uit?
/ˈlɑntsxɑp/
Landschap bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| s | sok |
| x | acht |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- een schilderij waarop [1] het onderwerp van het kunstwerk is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| landschapje | verkleinwoord, enkelvoud |
| landschapjes | verkleinwoord, meervoud |
| landschappen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘landstreek, landelijke omgeving’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van landschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| landschapje | verkleinwoord | landschap |
| landschapjes | verkleinwoord meervoud | landschap |
| landschappen | meervoud | landschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van landschap zijn vastgelegd.