taalverwantschap
zelfstandig naamwoord ˈtalvərˌwɑntsxɑpBetekenis
- de in de historische en de vergelijkende taalkunde gebruikelijke benaming voor het feit dat twee of meer taalvariëteiten die in hun huidige vorm als afzonderlijke talen worden beschouwd uiteindelijk uit dezelfde vooroudertaal zijn voortgekomen
Hoe spreek je taalverwantschap uit?
/ˈtalvərˌwɑntsxɑp/
Taalverwantschap bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| a | maan |
| l | land |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| s | sok |
| x | acht |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| taalverwantschappen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van taal zn en verwantschap zn
Woordfamilie van taalverwantschap
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| taalverwantschappen | meervoud | taalverwantschap |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van taalverwantschap zijn vastgelegd.