landschappelijk
bijvoeglijk naamwoord /lɑntˈsxɑpələk/Betekenis
- een aantrekkelijk uitzicht om je heen gevend
- (van parken en tuinen) ingericht om op vrije natuur te lijken
- van niet of weinig bebouwd terrein, dat je om je heen kunt zien liggen
- niet verstedelijkt, provinciaal
- op een bepaalde streek betrekking hebbend
Hoe spreek je landschappelijk uit?
/lɑntˈsxɑpələk/
Landschappelijk bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| s | sok |
| x | acht |
| p | pak |
| ə | de |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- ingericht om op vrije natuur te lijken
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| landschappelijke | verbogen, stellende trap |
| landschappelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| landschappelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| landschappelijkers | partitief, vergrotende trap |
| landschappelijks | partitief, stellende trap |
| landschappelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| landschappelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van landschap met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van landschappelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| landschappelijke | verbogen vorm | landschappelijk |
| landschappelijker | vergrotende trap | landschappelijk |
| landschappelijkere | verbogen vergrotende trap | landschappelijk |
| landschappelijkers | partitieve vergrotende trap | landschappelijk |
| landschappelijks | partitive, positive | landschappelijk |
| landschappelijkst | uninflected, superlative | landschappelijk |
| landschappelijkste | inflected, superlative | landschappelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van landschappelijk zijn vastgelegd.