lamineren
werkwoordBetekenis
- een verbindingstechniek om meerdere lagen van gelijke en/of verschillende materialen aan elkaar te verbinden
Vervoeging van lamineren
laminerenhele werkwoord — lamineerdeverleden tijd enkelvoud — lamineerdenverleden tijd meervoud — gelamineerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lamineer | lamineerde |
| jij | lamineert | lamineerde |
| hij, zij, het | lamineert | lamineerde |
| wij | lamineren | lamineerden |
| jullie | lamineren | lamineerden |
| zij | lamineren | lamineerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gelamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gelamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gelamineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelamineerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelamineerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelamineerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelamineerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelamineerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelamineerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelamineerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelamineerd | verleden tijd, deelwoord |
| gelamineerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelamineerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gelamineerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelamineerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelamineerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelamineerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelamineerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gelamineerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelamineerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gelamineerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelamineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelamineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelamineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelamineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelamineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelamineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelamineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelamineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gelamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gelamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lamineer | gebiedende wijs |
| lamineerde | verleden tijd |
| laminere | aanvoegende wijs |
| laminerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gelamineerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te lamineren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen lamineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gelamineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelamineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gelamineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gelamineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gelamineerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gelamineerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gelamineerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gelamineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gelamineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gelamineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gelamineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gelamineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gelamineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gelamineerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gelamineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gelamineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gelamineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gelamineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gelamineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gelamineerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gelamineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelamineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelamineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gelamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gelamineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelamineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal lamineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal lamineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal lamineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gelamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gelamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gelamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gelamineerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gelamineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelamineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelamineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gelamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gelamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelamineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelamineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelamineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou lamineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou lamineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou lamineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelamineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelamineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelamineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gelamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gelamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gelamineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelamineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelamineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden lamineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden lamineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden lamineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelamineerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gelamineerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt lamineren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelamineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelamineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelamineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gelamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gelamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gelamineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelamineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelamineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen lamineren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen lamineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen lamineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen lamineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelamineerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelamineerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gelamineerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult lamineren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘metaal pletten’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van lamineren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelamineerd | voltooid deelwoord | lamineren |
| gelamineerde | woordvorm | lamineren |
| lamineer | gebiedende wijs | lamineren |
| lamineerde | verleden tijd | lamineren |
| lamineerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | lamineren |
| lamineert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | lamineren |
| laminere | aanvoegende wijs | lamineren |
| laminerend | onvoltooid deelwoord | lamineren |
| laminerende | woordvorm | lamineren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lamineren zijn vastgelegd.