kwijtraken
werkwoord /ˈkʋɛːtrakə(n)/Betekenis
- verloren gaan / verliezen
- niet meer weten waar iets is
Hoe spreek je kwijtraken uit?
/ˈkwɛtrakən/
Kwijtraken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| w | quiz |
| ɛ | bed |
| t | tak |
| r | rood |
| a | maan |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van kwijtraken
kwijtrakenhele werkwoord — raakte kwijtverleden tijd enkelvoud — raakten kwijtverleden tijd meervoud — kwijtgeraaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | raak kwijt | raakte kwijt |
| jij | raakt kwijt | raakte kwijt |
| hij, zij, het | raakt kwijt | raakte kwijt |
| wij | raken kwijt | raakten kwijt |
| jullie | raken kwijt | raakten kwijt |
| zij | raken kwijt | raakten kwijt |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben kwijtgeraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent kwijtgeraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is kwijtgeraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is kwijtgeraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kwijt te raken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| kwijt te zullen raken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| kwijt zal raken | bijzin, toekomende tijd |
| kwijt zou raken | bijzin, voorwaardelijk |
| kwijt zouden raken | bijzin, voorwaardelijk |
| kwijt zoudt raken | bijzin, voorwaardelijk |
| kwijt zullen raken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| kwijt zullen raken | bijzin, toekomende tijd |
| kwijt zult raken | bijzin, toekomende tijd |
| kwijtgeraakt | verleden tijd, deelwoord |
| kwijtgeraakt te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| kwijtgeraakt zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| kwijtraak | bijzin, tegenwoordige tijd |
| kwijtraakt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| kwijtraakte | bijzin, verleden tijd |
| kwijtraakten | bijzin, verleden tijd |
| kwijtrakend | onvoltooid, deelwoord |
| raak kwijt | gebiedende wijs |
| raakte kwijt | verleden tijd |
| te zijn kwijtgeraakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kwijtraken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart kwijtgeraakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren kwijtgeraakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren kwijtgeraakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren kwijtgeraakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was kwijtgeraakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was kwijtgeraakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was kwijtgeraakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal kwijtgeraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal kwijtgeraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal kwijtgeraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kwijtraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kwijtraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kwijtraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal kwijtraken | bijzin, toekomende tijd |
| zijn kwijtgeraakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn kwijtgeraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn kwijtgeraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn kwijtgeraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt kwijtgeraakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou kwijtgeraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou kwijtgeraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou kwijtgeraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kwijtraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kwijtraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kwijtraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou kwijtraken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) kwijtraken kwijt zou(dt) raken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden kwijtgeraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden kwijtgeraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden kwijtgeraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kwijtraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kwijtraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kwijtraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden kwijtraken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt kwijtgeraakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kwijtraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt kwijtraken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen kwijtgeraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen kwijtgeraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen kwijtgeraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kwijtraken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kwijtraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kwijtraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kwijtraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen kwijtraken | bijzin, toekomende tijd |
| zult kwijtgeraakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kwijtraken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult kwijtraken | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal kwijtraken kwijt zult/zal raken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van kwijt en raken
Woordfamilie van kwijtraken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kwijtgeraakt | voltooid deelwoord | kwijtraken |
| kwijtgeraakte | woordvorm | kwijtraken |
| kwijtraak | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | kwijtraken |
| kwijtraakt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | kwijtraken |
| kwijtraakte | subordinate-clause, verleden tijd | kwijtraken |
| kwijtraakten | subordinate-clause, verleden tijd | kwijtraken |
| kwijtrake | with-subordinate-clause | kwijtraken |
| kwijtrakend | onvoltooid deelwoord | kwijtraken |
| kwijtrakende | woordvorm | kwijtraken |
| raak kwijt | gebiedende wijs | kwijtraken |
| raakt kwijt | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | kwijtraken |
| raakte kwijt | verleden tijd | kwijtraken |
| raakten kwijt | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | kwijtraken |
| rake kwijt | woordvorm | kwijtraken |
| raken kwijt | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | kwijtraken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kwijtraken zijn vastgelegd.