kwatrijn
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gedicht of couplet met vier regels met aaba als rijmschema
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kwatrijnen | meervoud |
| kwatrijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kwatrijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vierregelig gedicht of strofe’ voor het eerst aangetroffen in 1857
Woordfamilie van kwatrijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kwatrijnen | meervoud | kwatrijn |
| kwatrijntje | verkleinwoord | kwatrijn |
| kwatrijntjes | verkleinwoord meervoud | kwatrijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kwatrijn zijn vastgelegd.