kwartetten
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- het kwartetspel spelen
Vervoeging van kwartetten
kwartettenhele werkwoord — kwartetteverleden tijd enkelvoud — gekwartetvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kwartet | kwartette |
| jij | kwartet | kwartette |
| hij, zij, het | kwartet | kwartette |
| wij | kwartetten | — |
| jullie | kwartetten | — |
| zij | kwartetten | — |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gekwartet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekwartet | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekwartet | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekwartet | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekwartet worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekwartet zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekwartet worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekwartet zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekwartet | verleden tijd, deelwoord |
| gekwartet te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekwartet zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekwartet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekwartet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekwartet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekwartet | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekwartet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekwartet | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekwartet | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekwartet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekwartet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekwartet | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekwartet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekwartet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekwartet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekwartet | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekwartet | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kwartet | gebiedende wijs |
| kwartette | verleden tijd |
| kwartette | aanvoegende wijs |
| kwartettend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gekwartet | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te kwartetten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen kwartetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gekwartet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekwartet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekwartet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal kwartetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal kwartetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal kwartetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gekwartet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekwartet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekwartet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou kwartetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou kwartetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou kwartetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekwartet hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekwartet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekwartet hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden kwartetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden kwartetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden kwartetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekwartet hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt kwartetten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekwartet hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekwartet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekwartet hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen kwartetten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen kwartetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen kwartetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen kwartetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gekwartet hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult kwartetten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord kwartet
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van kwartetten
Vervoeging van kwartetten
kwartettenhele werkwoord
Woordfamilie van kwartetten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gekwartet | voltooid deelwoord | kwartetten |
| kwartette | verleden tijd | kwartetten |
| kwartettend | onvoltooid deelwoord | kwartetten |
| kwartettende | woordvorm | kwartetten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kwartetten zijn vastgelegd.